Wandeling

… door de Oude Kerk

luchtfoto OK

De Oude Kerk is het oudste gebouw van Rijswijk en is eeuwen het centrum van het dorp geweest. Zojuist hebt u een oud duin beklommen. Op de hoogste plek van de oude strandwal (duinenrij) hebben onze voorvaderen een kerk gebouwd. Wanneer precies, weten we niet. Vóór het jaar 1000 hebben we geen geschreven bronnen over Rijswijk.

Voor bewoning tussen 550 v.Chr. en 1000 zijn er ook (nog) geen archeologische bewijzen. Mogelijk is rond 1100 een tufstenen kerk gebouwd. In die tijd werden de woeste gronden rond Rijswijk ontgonnen en mogen we (meer) bewoners verwachten. Tufsteen kwam uit Duitsland, maar het is ook mogelijk dat er materiaal uit de Romeinse tijd is hergebruikt. Twee roodzandstenen grafdeksels bewijzen dat er in de 12e, begin 13e eeuw in elk geval een kerk stond waarin begraven mocht worden. Het hoofdaltaar was gewijd aan Sint Bonifatius, maar of deze 8e-eeuwse missionaris hier ook geweest is, weten we niet. Evenmin of er eerst een houten gebouw heeft gestaan.

Aan het eind van de 15e eeuw is de kerk vergroot. Daardoor kwam de toren binnen de kerk te staan en dat komt niet vaak voor. Oud tufsteen werd onder andere gebruikt voor de pilaren en ook verwerkt in de noordzijde van de nieuwe buitenmuur. Boven de deur naar de sacristie ziet u nog een daklijst van het oude kerkje. In de katholieke tijd werden nog twee kapellen en een sacramentshuisje gebouwd. De vloer met grafzerken werd enkele malen opgehoogd om instortingsgevaar te voorkomen en om ruimte te maken voor nieuwe graven. Al met al is het een grote kerk voor een klein dorp geweest, vooral dankzij bewoners van buitenplaatsen.

IMG_4697

Een protestantse kerk

Rond 1572 is het gebouw overgegaan naar de kerk van de Reformatie. Er was toen al een grondige restauratie noodzakelijk, zeker nadat de Spanjaarden in de omgeving hadden huisgehouden.

Rijswijk speelde een (kleine) rol in de ruzies tussen de remonstranten (arminianen) en contraremonstranten (gomaristen). Toen de Haagse contraremonstrantse predikant ds. Henricus Roseus in 1616 werd geschorst, trok hij met honderden volgelingen een jaar lang naar Rijswijk. Later kreeg hij de beschikking over (lees: hij kraakte) de Kloosterkerk aan het Lange Voorhout en werd het in Rijswijk weer rustig. Letterlijk, want veel kerkgangers waren er niet in die tijd.

De dorpskerk was na de Reformatie eerst een ‘kaal’ gebouw. Later kwamen er wandborden te hangen en werd fraai meubilair aangebracht, zoals de kansel (1620), wandpanelen (1645), het koorhek (1668), een lezenaar (1670), de herenbank (1692) en twee tochtportalen (1699/1700). Dit houtwerk bepaalt nog steeds het interieur van de Oude Kerk. Rond 1680 en in 1747 waren opnieuw restauraties nodig. In 1786 kreeg de kerk het imposante orgel, dat gebouwd werd door Johannes Reichner.

Rijswijk was in meerderheid rooms-katholiek. In de Franse tijd mochten de roomsen daarom de kerk terugkrijgen, maar daar zagen ze vanaf tegen een genoegdoening van 4300 gulden.

Vanaf 1829 werd er niet meer in de kerk begraven, wat flink aan inkomsten scheelde.

In de 20e eeuw werden nog drie grote restauraties uitgevoerd: in 1920 verbaasden de architecten zich erover dat het gebouw nog zo lang overeind had gestaan…. Onder andere moesten de fundering en het dak geheel worden vernieuwd en werden de zes pilaren opnieuw opgebouwd. In de jaren zestig werd vooral het buitenwerk aangepakt en twintig jaar later werd de kerk ook geschikt gemaakt voor ‘wereldse’ evenementen. Het stuc- en pleisterwerk op de pilaren en de muren verbergt sinds de laatste restauratie van 1983-1985 het oudste bouwmateriaal, het tufsteen, dat alle eeuwen heeft meegemaakt.

Rondom de kerk

Natuurlijk valt de toren op. Het oudste deel dateert uit begin 14e eeuw, een achtkantige spits is al te zien op een schilderij uit 1625. De zonnewijzer op de zuidelijke muur is van 1695 en werkt nog steeds. In de toren hangen twee klokken uit 1681. Op de grootste staat: “Ick wijs met vlijt Rijswijck den tijdt”. Ze ontkwamen in de Tweede Wereldoorlog op het nippertje aan omsmelting.

Achter de kerk ligt een begraafplaats. Hier ligt o.a. Hendrik Tollens begraven, in zijn tijd (hij stierf in 1856) de beroemdste dichter van ons taalgebied.

Twaalf ‘vensters’

Als de Oude Kerk open is, kunnen de gidsen u uitgebreid over de details in en van de kerk vertellen. Dit boekje is voor u het voorwerk, een snelle blik, een herinnering, Vandaar de hoogtepunten in twaalf ‘vensters’ die aangeven waardoor deze kerk uniek is.

Gaat u eens onder het orgel staan!

1 het tongewelf

Kijk eens naar boven! U ziet het houten tongewelf. In 1920 ontdekte men dat zich onder de pleisterlaag van het oude gewelf beschilderingen bevonden. Jacob Por heeft daarna het nieuwe getimmerte in Art Deco-stijl beschilderd in de oorspronkelijke kleuren, een karwei dat door geldgebrek vele jaren duurde. In het schip overheerst rood, in het koor blauw. De rozetten aan het plafond dateren van 1687-1688 en zijn uitgesneden door de Delftse beeldhouwer Steven de Swart,

Vergeet niet in het koor weer even naar boven te kijken.

2 het houtwerk

Links en rechts ziet u ander knap houtwerk. Links staat de herenbank, in 1692 gemaakt door de Rijswijkse timmerman Cornelis Voorstadt. Steven de Swart verrichtte ook hier het fijnere snijwerk.

Wie waren de ‘Heren van Rijswijk’ die hier mochten zitten?

Ambachtsheren voerden namens de landsheer ambtelijke en juridische taken uit. Aanvankelijk was het ambt een leen van Hollandse graaf, later vererfde de functie in de families Suys en Van der Duyn. Ten slotte nam het stadsbestuur van Den Haag de rechten over. Vandaar de Haagse ooievaar boven de bank!

Tegenover de herenbank bevindt zich de kansel. In een protestantse kerk hoort het Woord van God, de Bijbel dus, centraal te staan. Vandaar dat men in veel oude kerken rondom de preekstoel zit. De kansel dateert uit 1620 en is daarmee het oudste meubelstuk van de kerk. Ook hier is de maker een Rijswijker: Seger Hendrikszn. Kistemaecker, die voor zijn werk 150 gulden ontving.

Rondom de kansel liggen oude vloertegels, sommige nog met een grafnummer erin gegraveerd. Ooit heeft hier een ‘dooptuin’ gestaan. Dat was een omheining waarbinnen de kerkenraadsleden hun plaatsen hadden en waar de doopvont stond. Bij een doop wordt nu de tinnen schaal op de zuil vervangen door een antiek zilveren doopbekken. Dat ligt normaal, samen met het zilveren avondmaalstel, veilig in de kluis.

De lezenaar is van 1670 en is gemaakt door de Rijswijkse timmerman Huych Jacobsz. Reesloot.

Loop nu achter de kansel om in de richting van het koor.

3 het leprozenluik

Rechts voor de deur naar de sacristie ziet u een leprozenluik. Melaatsheid (lepra) kwam in de Middeleeuwen nog veel voor. Lepralijders mochten vanwege het besmettingsgevaar geen missen bijwonen. Door het luik konden ze meekijken, maar wel achter tralies. Ze hadden zo goed zicht op het altaar in de vroegere, kleinere kerk. Bij de vergroting is het luik aan de buitenkant dichtgemetseld.

IMG_4695 IMG_4696

Loop nu in de richting van koor en blijf voor het koorhek staan.

4 de graven

Tot 1829 kon er in de kerk begraven worden. Een graf kostte geld, de lijklucht drong door de zerken heen: daar lagen de ‘rijke stinkerds’…

Ze lagen er niet voor eeuwig, want regelmatig werden de graven geruimd, Tussen 1750 en 1811 zijn er meer dan 10.000 (!) mensen in en rond de kerk begraven. In de 18e eeuw kostte een begrafenis in het schip van de kerk zeven gulden, een rustplaats in het koor was aanzienlijk duurder. Bij de restauratie van 1920 zijn de kelders geruimd en met zand volgestort.

Voor het koorhek ziet u enkele grote grafstenen. Deze zijn o.a. van de families Suys en Van der Duyn (ambachtsheren). Ze liggen ongeveer op de oorspronkelijke plek. De familiewapens zijn er in de Franse tijd afgehaald, u kunt nog ziet waar ze ooit zaten.

U loopt nu onder het koorhek door. Dit is in 1668 vervaardigd door de Rijswijkse timmerman Wijnant Heemskerck.

5 het koor

Opvallend is het licht dat door de boogramen naar binnen valt.

In de katholieke tijd was dit het belangrijkste gedeelte van de kerk en verboden terrein voor ‘gewone’ gelovigen. Vandaar het hek. In het koor stond de priester, werd de eucharistie gevierd en stond het altaar. Nu wordt het gebruikt voor intieme vieringen.

In het hoogkoor, links van het kruis, ziet u een sacrarium, het ‘heilig putje’. Aan de haak hing een vat met wijwater waarmee de priester zijn handen waste. Het gebruikte water vloeide door een pijp naar het kerkhof, zodat ook de doden hun deel van de zegening kregen. De uitdrukking “Gods water over Gods akker laten lopen” herinnert aan deze gewoonte.

Het koororgel is in de zestiger jaren gebouwd door een gemeentelid, tevens tweede organist en archivaris van de kerk, Hans Winkelman.

Links van het koor ziet u in een vitrine een Statenbijbel uit 1643.

Kijkt u even bij de deur rechts .

6 het sacramentshuisje

Deze aanbouw werd in 1514 opgeleverd. Het plafond is een stenen kruisgewelf, het enige in de kerk. In deze ruimte werden ooit de hosties en de wijn bewaard. Nu is het de kamer van de predikant.

In de rechter muur zit ook een sacrarium. De tralies waren waarschijnlijk bedoeld om rovers van de heilige voorwerpen buiten de deur te houden.

Links van het tralievenster bevindt zich een dichtgemetseld raam. Zo zijn er meer in het koor. Ze zijn ontstaan bij de aanbouw van kapellen.

U loopt nu terug naar het koorhek. U hebt een mooi gezicht op het orgel.

7 het orgel

In de tweede helft van de 18e eeuw was het oudere orgel verdwenen. De gemeente zong zó slecht, dat een nieuw instrument noodzakelijk was. Dit kon betaald worden uit een erfenis van Cornelia Schellinger, weduwe van raadpensionaris Pieter Steyn. Het is gebouwd door Joachim Reichner, kostte 8000 gulden en werd op 21 mei 1786 in gebruik genomen. Over dit orgel schreef Hans Winkelman een boek, dat nog verkrijgbaar is.

Henny Heikens, de vaste organist, maakte twee cd’s met 18e-eeuwse orgelmuziek. Ook deze zijn nog te koop in de kerk.

U slaat rechtsaf, passeert de keuken en komt dan in de voormalige Mariakapel, ook de Grote Kapel genoemd.

8 de Grote of Mariakapel

Ooit was deze kapel direct verbonden met het schip van de kerk. Ze is in de 15e eeuw gebouwd voor Jan Ruychrock, heer van Te Werve. Het altaar was aan Maria gewijd en de kapel deed tevens dienst als familiebegraafplaats. Aan de eigen ingang links kunt u zien dat de mensen in die tijd niet groot waren. Nu is het een uitgang naar het kerkhof.

De wandpanelen zaten oorspronkelijk in het koor van de kerk. U ziet het jaartal 1645. Ook de koperen kroon hing daar en deze dateert uit dezelfde tijd. Boven de deur ziet u in het hout het familiewapen Van der Duyn; waar dit zich oorspronkelijk in de kerk bevond, is niet bekend.

U loopt terug naar het schip, langs de herenbank richting toren

9 de nis

Links ziet u in de torenmuur een nis, die pas ontdekt werd tijdens de restauratie van 1920. Wat de functie van de nis was, is niet duidelijk. Er is geen ruimte achter. Misschien was erachter ooit een venster in de oudste torenmuur? Of heeft er een heiligenbeeld in gestaan? Of was het toch een schietgat?

Als u zich omdraait, ziet u een imposant wapenbord.

IMG_4699

10 het wapenbord

In oude tijden was het gebruikelijk dat van een belangrijke begravene het wapen in de kerk werd opgehangen. Dit bord herinnert aan baron Arnout Jan van der Duyn, militair en gouverneur, wiens graf we in het koor al tegenkwamen. Hij overleed in 1785 en zijn wapen, met dat van 16 voorouderlijke kwartieren, hing oorspronkelijk ook in het koor. Later kwam het in bezit van zijn nazaten en bij toeval ontdekte Hans Winkelman het bord in 1971 in kasteel Zoelen. De eigenaar was bereid het in bruikleen aan de kerk van Rijswijk af te staan.

U slaat linksaf en loopt verder om de toren heen.

11 de westelijke muur

In de hoek bij het wapenbord staat het historische uurwerk, dat van 1682-1923 in de toren de klokken liet luiden. Eeuwenlang heeft het ervoor gezorgd dat Rijswijk “bij de tijd” bleef.

IMG_4700

Ooit was hier de hoofdingang van de kerk. De eiken ingangspartij dateert uit 1700. Net als de herenbank is het voorzien van het Haagse stadswapen, het Haagse bestuur was immers in die tijd ambachtsheer van Rijswijk.

Links en rechts ervan ziet u de stenen grafdeksels uit de 12e/13e eeuw.

Voor u linksaf de toren om gaat, moet u even in de zuidwesthoek kijken: onder aan de spantbalk ziet u een fratskopje. Het is een karikaturaal mannenbeeldje. De betekenis is niet duidelijk, al wordt wel beweerd dat dergelijke beeldjes de duivel op afstand moe(s)ten houden. Of ze zijn een soort ‘handtekening’ van de houtbewerker.

U loopt verder, terug naar de ingang.

12 wandbord Boutesteyn

Het zal u zijn opgevallen dat de kerk veel wandborden heeft. Sommige zijn ter herinnering, op andere staan Bijbelteksten. In de tijd van de Reformatie wilde men geen beelden meer in de kerk, alle versiering leidde maar af van het Woord van God. Tekstborden waren echter vanwege de inhoud wel toegestaan.

Rechts aan de torenmuur hangt een gedenkbord voor de daden van Claes Meeszn. Boutesteyn, die in 1528 door Maarten van Rossum, veldheer van hertog Karel van Gelre, als gijzelaar in Utrecht gevangen was gezet. Zijn nakomelingen hebben in 1619 dit bord laten maken om zijn vrijlating te gedenken. Over de tijd dat Boutesteyn werkelijk vast zat, lopen de meningen uiteen…

U bent nu weer terug bij de ingang.

logo PGR

De geloofsgemeenschap

In 1572 ging de kerk over van de rooms-katholieke naar de protestantse kerk, maar de bevolking volgde aarzelend. De contraremonstranten voelden zich in 1616 in Rijswijk thuis, omdat de geloofsleer er toen blijkbaar orthodox was. In de 19e eeuw werd Rijswijk juist vrijzinnig; dat hield in dat de gelovigen de Bijbel niet als de enige, onfeilbare bron van geloof beschouwden. De kerkgang daalde dramatisch en er groeide verzet: de Gereformeerden stichtten in 1891 een eigen kerk. Binnen de hervormde kerk streden de rechtzinnigen tot 1952 voor een volwaardige plaats in de gemeente. Tot omstreeks 1990 gold de Oude Kerk als een behoudende, confessionele gemeenschap. Inmiddels maakt ze zonder onderscheid deel uit van de Protestantse Gemeente Rijswijk, die haar tweede kerk aan de Steenvoordelaan heeft, de Nieuwe Kerk.