Rijswijks Kerkarchief

archief

ARIE RODENBURG, ‘EEN GROOT RIJSWIJKER’

‘Rodenburg!’ Als er een kraak was te horen in het dak van de Oude Kerk, riepen de toenmalige kosteressen Annie en Leny: “Rodenburg!” Alsof zijn geest nog rondspookte in het gebouw dat hem zijn leven lang dierbaar was geweest…

Rodenburg 01Arie Rodenburg (1879-1959) is mijn indirecte voorganger, aangezien hij wat er indertijd aan archief was, thuis bewaarde, Laan te Blotinghe 2. En net als ik, over het Rijswijkse verleden schreef.
Hij werd geboren op de boerderij die bij Overvoorde hoorde en bezocht de enige openbare lagere school die het dorp toen telde. Hij was een uitstekende leerling, mocht doorleren en werd uiteindelijk (hoofd)onderwijzer in Den Haag. Jonger nog, 18 jaar oud, was hij al meester op de hervormde zondagsschool: zijn eerste stappen op het kerkelijk terrein, waarop hij tot zijn dood actief zou zijn. Wat dat betreft was hij een man van de oude stempel: van veel zaken maakte hij zijn levenswerk. In 1903 kreeg hij een aanstelling als voorlezer en voorzanger in de dorpskerk, en hij bleef dat 44 jaar. Toen werd de functie opgeheven. Daarnaast was hij administrateur namens de kerkvoogden. Ook deze taak zou hij lang volhouden: 34 jaar en daarna bleef hij door zijn grote kennis nog hun adviseur. Al die jaren verzorgde hij in keurig handschrift de notulen van de vergaderingen. Uit de jaren dertig zijn nog lijsten bewaard gebleven met cijfers over de ‘kerkelijke belasting’: hij vroeg bij de Inspecteur de belastbare inkomens van de gemeenteleden op en bepaalde naar aanleiding daarvan wat ieder moest betalen. Trage betalers, wanbetalers, smoezen, hij noteerde alles, het waren wat privacy betreft andere tijden… Hij bemoeide zich verder intensief met de kerkrestauratie in de jaren twintig en was enige tijd ook koster. Ten slotte komen we hem nog tegen in allerlei commissies en als bestuurslid en voorzitter van de Vereniging voor Vrijzinnige Hervormden.

Arie ging over de kerk, maar zijn vrouw over het kerkzilver. De brandkast waarin onder andere het avondmaalstel werd bewaard, stond lang bij hen thuis. Koster Cor van der Perk vertelde eens dat het op een zondag na een avondmaal zulk hondenweer was, dat hij het zilverwerk eerst meenam naar zijn eigen huis in Valkrust. Stond ineens de politie voor zijn deur… gewaarschuwd door mevrouw Rodenburg dat de koster er met het avondmaalzilver vandoor was gegaan… De zaak liep natuurlijk met een sisser af, maar de kerkvoogden besloten daarna wel de brandkast naar de kerk te verplaatsen. Mevrouw Rodenburg was een vrouw van allure. Ze zou één van de vele kinderen van koning Willem III zijn en Rita Nachtegaal-Hoogenraad vertelde me, dat mevrouw sprekend op koningin Wilhelmina leek. En zo gedroeg zij zich ook. Haar moeder was inderdaad ongehuwd en haar familie – ze heette Louise Sophia Marcella Henriëtte Michel (1876-1970) – grossierde in ongehuwde moeders, mooie namen en relaties met hof- en regeringskringen…

Rodenburg 2Rodenburgs tweede grote passie was de geschiedenis van Rijswijk. Hij wist veel en bestudeerde tot op hoge leeftijd nog archiefstukken. Daarover schreef hij dan artikelen in de Rijswijksche Courant. Helaas heeft hij net niet meer meegemaakt dat hiervan een bundeling verscheen onder de titel Oud Rijswijk (1959). In 1940 was hij een enthousiast medeoprichter van wat nu het Museum Rijswijk is en dat ooit begon in het koepeltje van Hofrust. Tot zijn dood was hij secretaris. Met aanstekelijke geestdrift gaf hij rondleidingen en lezingen, waarbij hij opnieuw zijn onderwijzerstalent liet zien.

Inderdaad een ‘groot Rijswijker’, over wie een journalist schreef: ‘Wie kent hem niet, de (…) witgekuifde heer Rodenburg…’ Er staat geen vraagteken bij, een uitroepteken zou niet ongepast geweest zijn…

Ruud Poortier, archivaris PG Rijswijk