Rijswijks Kerkarchief

kerkarchief

 GROTE OF MARIAKAPEL

De kersttijd nadert en daarmee de aandacht voor Maria. Het valt mij op dat er tegenwoordig weer over de ‘Mariakapel’ in de Oude Kerk wordt gesproken. In mijn eerste Rijswijkse jaren was dat de ‘Grote Kapel’. Misschien uit weerzin tegen ‘roomse invloeden’?

De kapel dankt haar naam aan het Maria-altaar dat daar heeft gestaan. Oorspronkelijk stond het tegen de zuidelijke muur van de kerk, maar bij de ingebruikname van de kapel is het daarheen verplaatst. Deze uitbouw van de middeleeuwse dorpskerk is gesticht door Jan Ruychrock (±1385-1473) als familiekapel, nog vóór de vergroting van de kerk. Ruychrock, van Zeeuwse afkomst, was een financieel ambtenaar aan het grafelijk hof in Den Haag en kocht in 1448 het vervallen landgoed Te Werve. Hij herbouwde het huis en kocht grote oppervlakten grond aan weerszijden van de Van Vredenburchweg (die toen ‘Brede Wegh’ heette). Met zijn vrouw Heilsoete van Domburgh had hij minstens tien volwassen kinderen, waarvan enkelen ook een rol speelden in de Rijswijkse geschiedenis. De Mr. Philipslaan is naar een zoon vernoemd, evenals de Ruychrocklaan in Den Haag.

In 1469 liet Jan, die zich toen Ruychrock van die Werve noemde, op hoge leeftijd de kapel bouwen, met een eigen ingang aan het noorderkerkhof en met twee grafkelders. (Elders wordt 1419 als jaartal genoemd, maar dat is onjuist.) Het deurtje naar het kerkhof  bestaat nog steeds. De mensen waren kleiner dan nu en de deur heeft dan ook een hoogte van 1.75 m. Afgesproken werd dat de kerk de kapel zou onderhouden, dat deze als begraafplaats alleen gebruikt mocht worden voor de bewoners van Te Werve en dat de familie er vrij toegang toe had. In ons archief bevindt zich een latere kopie van deze overeenkomst (archiefstuk 571). Ruychrock zelf werd echter enkele jaren later in de Haagse Grote Kerk bijgezet. Zeker is dat zijn zoon Claes in 1490 wel in de kapel werd begraven en ook diens vrouw Katrine van Treslong. In haar testament uit 1506 bepaalde zij een jaarlijkse mis met negen kaarsen op haar graf en voor 8 schellingen witbrood voor de armen. Deze memorie werd na de dood van haar dochter Agnes in 1518 nog uitgebreid (Cartularium 111 en 118).

Het landgoed vererfde op de (katholieke) families Van de Wiele, Wuytiers, Cromhout en Van Wassenaer van Alkemade. Uit 1731 dateert een verzoek van de kerkmeesters aan de toenmalige heer van Te Werve, Dirk Wuytiers, om bij te dragen aan reparaties aan het dak. Van de begrote 600 gulden (nu € 7150) betaalde Wuytiers de helft. Naar verluidt vond de laatste bijzetting plaats in 1822. Te Werve was toen niet meer in bezit van genoemde families. Kort daarop werd het van overheidswege verboden doden in kerken te begraven en dat gold dus ook voor de Mariakapel.

De kapel stond tot de restauratie van een eeuw geleden in open verbinding met de rest van de kerk met een koorhek als afscheiding. Die restauratie was van grote invloed. De grafkelders werden geruimd en weggebroken om de verwarmingsinstallatie te kunnen plaatsen. De ingang naar het schip van de kerk werd afgesloten, onder andere met een toiletruimte en een vliering. En ten slotte werd de lambrisering uit het koor van de kerk verplaatst naar de wanden van de kapel. Die panelen dateren uit 1645.

De doorgang is te zien op dit schilderij van R.E.J. Roeterink (1831-1913) uit het Museum Rijswijk, al ligt de kapel (links) wat in het donker. In de vitrine ligt een paneeltje van hem met de herenbank, dat een anonieme buurtbewoner onlangs aan de kerk heeft geschonken. Beide werkstukken dateren uit 1871-1875.

Ruud Poortier, archivaris PG RijswijkRoeterink
Foto bijschrift: het schilderij van Roeterink (Museum Rijswijk)