Pastorale sectie Nieuw-Rijswijk

nieuw
Nieuw?  
“Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw” zongen we vroeger. De vraag is of we dat, ouder en wijzer geworden door het leven, nog wel kunnen geloven. Misschien voelen we ons meer thuis bij de wat melancholieke woorden van Prediker die klaagt dat er niets nieuws onder de zon is en dat alles wat gebeurt eindeloos vermoeiend is. Goed dat er ook zulke woorden in de Bijbel staan. We zouden anders eens kunnen gaan denken dat we als gelovige mensen niet meer gewoon mens zouden mogen zijn! Een nieuw jaar, voelt dat nog als een onbeschreven blad, of weten we het allemaal langzamerhand wel? De Bijbel roept ons op om niet alles dicht te timmeren. Om tegen ons cynisme in nog openingen te laten waardoor misschien toch iets van nieuw licht binnen kan stromen. Niet om te gaan luchtfietsen, want met beide benen in deze verwarrende en donkere tijd staan is heel belangrijk. Maar alleen met die twee benen redden we het niet. Er wordt niet voor niets van de mens gezegd dat hij zowel wortels als vleugels nodig heeft. Vleugels, niet om te gaan zweven, maar om iets van onbevangenheid en hoop te bewaren. Misschien tegen jouw sombere gedachten in. Dan kun je soms iets nieuws ontdekken in de gewone dingen van alledag. Denk aan het kind dat je maar niet mee kunt krijgen op weg naar de winkels. Want het is gefascineerd door de waterdruppels aan de takken van een grote boom. Moeten we het daar dan mee doen, met de kleine dingen, terwijl de wereld in brand staat? Niet alleen, want dat oude liedje van ‘Stil maar, wacht maar’ bevat toch echt een kern van waarheid. Uiteindelijk leven we van de belofte dat alles en iedereen, ook wijzelf, nieuw zullen worden gemaakt. Als je dat als mens niet meer kunt geloven, speel dan toch eens met die gedachte: Hoe zou het zijn als dat waar zou zijn, als ik daarop zou kunnen vertrouwen? Zou alles dan net niet een beetje lichter en luchtiger zijn? Zou ik dan niet wat vaker kunnen lachen om mezelf en al mijn zorgen? We gaan een nieuw jaar tegemoet met veel onzekerheden. Van harte hoop ik dat het ons gegeven zal zijn om de luiken van ons leven en van ons hart steeds weer te openen. Zodat de frisse wind van de Heilige Geest door ons heen kan waaien en onze zorgen, al is het maar voor even, verjagen.

Ter nagedachtenis aan: Pieter Bodaan
berglandPiet overleed op 27 november op de leeftijd van 85 jaar. De laatste jaren waren enorm zwaar, zowel voor hem als voor zijn vrouw Bep. Want zijn gezondheid ging hard achteruit. Uiteindelijk kon hij niet thuis blijven wonen, tot groot verdriet van hen allebei. Gekomen uit een zorgcentrum in Den Haag woonde hij de laatste maand in Onderwatershof. Piet was een voorzichtig en behoedzaam mens. Hij zou niet gauw dwaze of gedurfde dingen doen. Maar in de vakanties leefde hij zich uit. Hij en Bep hebben daar samen met de kinderen Erik en Annemieke, en ook later samen, enorm van genoten. Hij was een harde werker die met grote inzet, vele jaren lang, administrateur van onze kerk was. Hij vroeg veel van zichzelf, maar ook van anderen. Daardoor kon hij soms streng overkomen, terwijl hij in werkelijkheid een zeer beminnelijk en vriendelijk mens was. Piet zocht in alles wat hem overkwam altijd naar God. De vaste antwoorden van vroeger voldeden niet altijd meer. Maar hij gaf het zoeken niet op. Piet hield veel van de bergen We lazen daarom in de dienst bij het afscheid psalm 121: Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar zal mijn hulp komen? Naar die hulp bleef Piet, samen met Bep, uitzien. Kleinzoon Lars las 1 Korintiërs 13 voor. Dat gaat over een liefde zó groot en onzelfzuchtig dat geen mens zich er helemaal in zal herkennen. Aan die liefde mochten we hem toevertrouwen. Eenzelfde liefde die ook zijn vrouw Bep en de kinderen en kleinkinderen zal omringen in deze moeilijke maanden van rouw en verdriet.

Giften
Veel dank voor gulle gaven: € 50,- voor de diaconie. € 10,- voor de chocoladeletters. € 20,- voor de kerk en € 20,- voor de diaconie. Ik geef het af bij het kerkelijk bureau.

Groet
Graag tot ziens thuis, onderweg of in de kerk,
hartelijke groet.
Ds. Susan Karreman