Glaswand Nieuwe Kerk

De Nieuwe Kerk, voorheen de Licht-der-Wereldkerk

Als u regelmatig deze kerk bezoekt is de bijzondere architectuur natuurlijk allang gewoon geworden. De vele details vallen u niet neer op, de beweging van de muren zet u niet meer aan het denken en u wordt zelfs niet meer verwonderd door de zeggingskracht van het bontgekleurde raam. Het gebouw wacht geduldig op uw interesse en koestert haar geheimen tot u die leert zien en genieten. Iemand die de kerk regelmatig ‘gebruikt’ kent de beweging van haar lijnen en geniet ervan. ’Misschien ziet u er wel wat in, dat de architect nooit bedoeld had. Maar zo is dat met een kunstwerk. De beleving van de kijker en genieter mag de bedoeling van de maker overstemmen.

De opzet van de Licht-der-Wereldkerk is in alle grote lijnen en kleine bijzonderheden een afspiegeling van de twee woorden die Jezus heeft gezegd over het ‘Licht van de wereld’. In het Johannesevangelie zegt Hij: “Ik ben het licht der wereld” en in het evangelie van Matteüs: “Jullie zijn het licht der wereld”.

De beweging van het licht, kronkelend en draaiend, maar vanuit één punt en steeds rond cirkelend, is de grondgedachte van de bouw van de Licht-der-Wereldkerk. Zo komt naast de draaiende lijn van de kerkmuren de strakke lijn van de bijgebouwen: met daarin centraal twee lichtkoepels om al dat door-de-weekse geloofswerk niet afgezonderd in het duister te laten gebeuren. Deze grondgedachte is binnen nader uitgewerkt.

Het gebouw drukt van binnen en buiten uit, dat kerk-zijn een gebeuren is. De ellipsvorm verwijst ernaar, dat in de kerk een centrum is, van waaruit alles begint. De beweging kringelt om dat middelpunt en waaiert dan uit. De architect, L.P. van der Gaag, zegt ervan, dat een ellips uitgaat van een cirkel, die in zich een eenheid is: maar een ellips is niet meetbaar, dat kan alleen door er andere cirkels in te zetten. De ellips van de Licht-der-Wereldkerk is dan ook open gebleven. Een kerk is geen plaats om te verblijven, maar de plek waar je geraakt wordt door een gebeuren, erin opgenomen wordt en dat gebeuren zelf mee vorm gaat geven.

Hoofddeur

Als u naar binnenloopt kunt u twee ingangen kiezen: direct via de hoofddeur de voorhal in, of via de ‘werkruimten’. In beide gevallen staat u dan voor de keus of meteen links langs de glaswand ‘op te gaan’ of rechts van de ronde muur de grote baan van het middenpad te bewandelen. De bedoeling van de architect en de maker van de glaswand is om het eerste te kiezen: vanuit de duisternis gaat u dan langs de glaswand, die het licht stapsgewijs laat doordringen in onze dagelijkse werkelijkheid. Dan gaat u zitten, maar de beweging van de muren trekt uw aandacht voort naar het grote podium met de lampjes in het plafond erboven.

De preekstoel, de tafel van gebed en brood en wijn, het orgel: ze zijn in één groep in deze beweging vervat. Nadat u daarvan hebt genoten kunt u uw weg weer gaan. U komt dan door het middenpad op eens aan het open eind van de ellips uit: en om de bocht aan het eind van het middenpad komt u onverwacht te staan in de zee van licht die het grote raam doorlaat. Helemaal onverwacht is het niet, want het licht dat bij het liturgische centrum van kansel, tafel en orgel begint te stralen is al in de zijmuur doorgelaten als door een langgerekte spleet. Het is even aardig om deze gang omgekeerd te gaan: binnenkomen onder het grote licht, door het middenpad met rechts de toespitsing van dat ene grote licht naar een smalle spleet, op naar het liturgisch centrum. En dan daarna de confrontatie met de dagelijkse levens van mensen in de glaswand onder het donkere zijpad. U stuit bij het verlaten van de kerkruimte in elk geval altijd op het wandplastiek van de drie kruisen. Drie kruisen, zo met elkaar in verbinding gebracht, dat ze een onlosmakelijke solidariteit uitdrukken. Let ook op de handgrepen op de hoofddeuren: de wereldbol en het oog (als schouwer van het licht) zijn in de vorm van een vis gevat. De beide vissen zijn naar buiten gericht, de wereld in. Vanouds hebben christenen de vis als symbool gezien en in tijden van verdrukking als herkenningsteken op huizen en straathoeken getekend of op hun lichaam gedragen.

Op het podium ziet u de doopvont, dat door een in één keer uitgehakte steen gevormd wordt: water uit de rots, een bron van leven waar je die het minst vermoeden zou. Maar richt u de ogen daar eens omhoog, dan ziet u een kring van twaalf lichten met één kleine als middelpunt. Twee uitleggingen zijn daarvan te geven. De kring van twaalf verwijst al meteen naar de volheid van de gemeente: want twaalf is het getal Israël en dat van de leerlingen van Jezus. Ten eerste kunt u ze beschouwen als afbeelding van die laatste twaalf: dan staan ze in de kring rondom de kleine boven de kansel en dat moet dan wel Petrus zijn. Die ene discipel die in al zijn uitbundige navolging van Jezus in staat was om in een adem ten diepste te begrijpen wie Jezus was én Hem zó diep mis te verstaan. Het lampje boven de kansel geeft de voorganger spreekrecht, maar waarschuwt hem of haar tegelijk. Maar de lampjes kunnen ook op een andere manier uitgelegd worden. De twaalf zonen van Jakob.

Het gebouw van de Licht-der-Wereldkerk herbergt ook nog een geheim, dat om wat beweging van u zelf vraagt om het te kunnen beleven en waarderen. Bedoeld wordt de glaswand aan de Westzijde. De glaswand is ontworpen en uitgevoerd door Jaap Vegter in samenwerking met de firma die Liefkes: het glas is geplakt. Van buiten is er uit de voorstelling in glas wening op te maken, we kunnen alleen vanuit het centrum van de kerk zien, wat daar staat afgebeeld. Bij het ontwerp van het glas is gebruik gemaakt van het feit, dat nergens vanuit de kerk de hele wand in een keer te overzien valt. De zuilen onder het dak verhinderen dat. De onderbrekingen die dat in de voorstelling geven, vormen in de glaswand de basis van de compositie. Zo ontstond een wand met verschillende vlakken, onderbroken door waaiervormige raamstijlen. Omdat nergens in de kerk de wand in één oogopslag te zien zou zijn, is de ontwerper ervan uitgegaan, dat de glaswand in het voorbijgaan bekeken wordt. De hele wand geeft een verhaal vanaf de ingang tot aan het podium en dan weer in omgekeerde richting hetzelfde verhaal onder andere invalshoek.

In de glaswand zijn de functie van glas (het doorgeven van licht) en de betekenis van de naam van de kerk verweven. Links en rechts is het licht in een brede baan doorgelaten, naar het midden toe wordt het minder sterk. De voorstellingen in deze raamstijlen geven de beweging in het dagelijkse leven weer:
a. De snelweg, mensen met de handen krampachtig aan het stuur, iemand met een krant in de ban van de klachten en zorgen van alle dag (geel en grijs).

Snelweg
b. Iemand hangt de was uit op het balkon, een vrouw duwt een kinderwagen (in blauw).

Vrouw
c. Mensen schrikken van het licht, ze slaan hun handen voor de ogen: voor hen is het licht beangstigend, want het heeft de kleur van een dikke bloeddruppel.

Bloeddruppel

In deze drie delen is verscherpt weergegeven wat we zouden zien als het raam uit gewoon glas bestond: hoogbouw, snelweg, mensen die zich naar hun werk spoeden, vrouwen met kinderwagens, mensen met boodschappen. De hele overweldigende en verwarrende en eigenlijk zo nietszeggende veelheid van het dagelijkse leven. Door de stijlen en de verdichting van het licht van links naar rechts toe krijgt dat allemaal een andere ‘kleur’. In de paarsrode groep ziet al dat geren en gedraaf om dagelijkse zorgen er alleen maar als gemodder en geknoei uit. Al deze beelden roepen benauwdheid en angst op. Maar na de duisternis van de paarsrode groep slaat alles in licht om. In het voorlaatste raam breken de raamstijlen open en laten een zee van licht door in de vorm van een grote zon. In de voorstelling daarna staan aan de glazen zee de zangers te zingen.

Licht dat in scherven uiteenvalt, stralen die niet overdonderen, maar zacht tussen de muren blijven trillen. Wie de weg van de glaswand gaat, kom bevrijd en hoopvol naar buiten!