Pastor

De missie van de kerk   
“Trek de hele wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend” (Marcus 16: 15).
Goed nieuws? In deze tijd? En met dat ‘de wereld rondtrekken’ hebben we het wel een beetje gehad na Afghanistan en Srebrenica. Die tekst in Marcus 16 kunnen we misschien beter voorlopig maar even overslaan. En dan eindigt dat hoofdstuk (en daarmee Marcus’ hele evangelie) ook nog met de uitspraak: “De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gaan.” Dat de Heer helpt, geloven we nog wel, maar die tekenen, die hebben we al een tijdlang niet meer gezien. Je zou bijna met Gerard Reve in zijn gedicht ‘Graf te Blauwhuis’ verzuchten: “Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?”
Eerlijk gezegd zijn deze overwegingen mij persoonlijk niet helemaal vreemd. Het is soms bijna geloven tegen beter weten in. Laat staan dat we dan met z’n allen de wereld rond gaan trekken om aan iedereen het goede nieuws bekend te maken.
De opdracht van Jezus, opgetekend door Marcus, lijkt daarmee loodrecht op de door ons ervaren werkelijkheid te staan. Een averechtse opdracht.
Lijkt te staan. Maar ís dat ook zo? Zit het probleem niet in dit lijken? Lijken is iets anders dan zelf kijken.  Praten we niet te snel anderen na in hun pessimisme over de wereld en onszelf? Kijken we wel echt naar de goede dingen in ons leven, of nemen we die gemakshalve aan als normaal? Zou het niet zo kunnen zijn dat in onze welvaartsmaatschappij we afgeleerd hebben dankbaar te zijn voor bijvoorbeeld ons dagelijks brood? We bidden elke zondag in het Onze Vader voor dat dagelijkse brood, maar als we het dan krijgen vinden we dat eigenlijk doodnormaal. Met de nadruk op dood. En omdat we het zo doodnormaal vinden, bekommeren we ons ook niet meer om de voorgeschiedenis van dat dagelijkse brood. brood
Stel je voor dat we dit nu eens omdraaien. Dat we er eens bij stilstaan dát we zoveel krijgen. Dan gaan we misschien ook anders tegen het gegevene aankijken. Dan voelen we ons wellicht dankbaarder dan ooit tevoren.
Weet u, soms kom ik in m’n werk mensen tegen in volstrekt uitzichtloze situaties. Hoe juist zij dan toch nog vaak licht in hun duisternis kunnen zien. En in grote dankbaarheid daar uiting aan kunnen geven. Op zo’n moment vloei ik dan zelf ook over van dankbaarheid. Over ‘tekenen’ gesproken! Op zo’n moment zou ik de hele wereld er wel van op de hoogte willen brengen hoeveel goed nieuws er óók in de wereld is.
Wellicht dat Jezus dat vooral bedoeld heeft:  hou je mond niet over de goede dingen des levens, verander je mindset, zouden we nu zeggen, en kom als kerk tevoorschijn hiermee! Laat iedereen, ieder schepsel, zien hoe fijn het is om als kerk op deze manier in de wereld te staan!
Als u en ik nou eens besluiten hieraan élke dag handen en voeten te geven.
Maria Opgelder