Interview met Therese

… van Kampen

door Sifra Baayen

therese  Therese met haar man Antony

Therese van Kampen heeft afscheid genomen als onze diaconaal werker, na acht jaar trouwe dienst in onze PGR. Alle reden dus voor een interview. Ik ontmoet haar in de Nieuwe Kerk. Op maandagen en op donderdagen werkte Therese van Kampen daar vanuit het jeugdhonk. Vóór mij is nog iemand anders aan de beurt die Therese wilde spreken, dus ik wacht even met naar binnengaan. Er wordt binnen gezellig gelachen en dan gaat de deur open. Klaar voor de volgende ontmoeting.

We duiken in dit interview direct in het diepe: Wat trekt jou eigenlijk in de diaconie?
Voor Therese is de diaconie de praktische kant van het geloof, je steekt je handen uit de mouwen en werkt concreet voor mensen in nood. Dit doe je met mensen binnen, maar veelal buiten de kerk. Diaconaal werk kent geen begrenzing van kerkmuren. Diaconie die naar buiten treedt, heeft ook al oude wortels. De eerste diakenen die werden aangesteld door de kerk, zorgden voor het eten van de weduwen die de gemeente kende, zowel voor de weduwen van joodse komaf als die van Griekse komaf. (Handelingen 6:1-7)

Door buiten je vaste kringetje te treden, word je juist dankbaar voor je eigen kring en je sociale vangnet, vertelt Therese. Een brede kring van vrienden en familie, mensen op wie je kan rekenen, dat is echt een geschenk. We waarderen dit grote geschenk niet altijd, maar er zijn heel veel mensen die geen brede kring, geen sociaal vangnet hebben. Sommigen hebben nooit een sociaal vangnet gehad, sommigen hebben nooit geleerd om relaties met een ander te onderhouden. Maar dat is wel heel lastig als je met lege handen staat in jouw uur van nood. Therese had in de loop van haar werk hier veel bezoekers, die blij waren met een helpende hand. Haar bezoekers kunnen vaak de mensen, die ze kunnen bellen in geval van nood, op één hand tellen. Terwijl hun nood vaak groter is dan de mensen met een breed netwerk! Therese liep vaak een eindje met ze op, om samen te zijn in een vaak machteloze positie. Machteloosheid is een rotgevoel, we vluchten er als mens liefst van weg. Maar er zijn veel mensen die leven met die dagelijkse ervaring van machteloosheid. Wat is het kostbaar om in die situatie naast hen te staan. Therese vertelt dat haar geloof haar kracht geeft om het uit te houden in die machteloosheid.

Ze dicht hierop voort: De diaconie heeft vaak een profetische stem, die niet bezig is met allerlei politiek geharrewar. Wij zien de menselijke nood (of deze nou met eten, rouw of onderdak te maken heeft) en daarop handelen we. Zo laten we iets zien van waar wij voor staan als christenen. Je geeft vaak, maar je ontvangt ook. Therese vertelt hoe zij dat ervoer, toen zij in december te maken kreeg met een lichte beroerte. Therese: “Opeens stond ik aan de ontvangende kant! En toen kreeg ik kaartjes en appjes, ook uit heel onverwachte hoeken. Dat doet je als mens ontzettend goed.” Het is natuurlijk niet prettig om zelf opeens kwetsbaar te zijn, maar door zo’n ervaring besef je dat je deel bent van een groter geheel: Er staat een wijde kring van mensen om je heen, uit de kerk, maar ook van daarbuiten. Je leert niet alleen te geven, maar ook te ontvangen. Dat is een kostbare ervaring, dat je gedragen wordt.

Therese heeft in haar tijd in de PGR de nodige projecten gestart en ook aan veel projecten bijgedragen. Om maar eens een greep te doen uit haar projecten: De Samenlopers, de koffiegroep, rouwgroepen, de Weggeefwinkel. Het zijn er te veel om op te noemen. Zij zal al deze mooie initiatieven zich met liefde herinneren. Ook denkt ze graag terug aan de vele individuele contacten die zij hier had. Ze mocht met sommige bezoekers een korte tijd oplopen en met sommigen wel acht jaar lang. Dan bouw je iets op met elkaar.

Oplopen is een favoriet bijbels beeld van Therese. Het komt uit het verhaal van de Emmaüsgangers, de wandelaars die onderweg zijn naar het stadje Emmaüs. Onderweg lopen ze een tijd op met iemand, die later Jezus bleek te zijn. Ze herkenden Hem niet direct tijdens het goede gesprek onderweg, maar toen Hij ’s avonds bij hen bleef en het brood brak, herkenden ze Jezus opeens. (Lucas 24:13-32) Therese vertelt: “Als werker in de kerk blijf je altijd verwachten dat Christus zich bij je voegt. Misschien doet hij dat tijdens een wandeling, misschien tijdens een maaltijd of misschien in een gesprek.” Dit bijbelverhaal was ook de inspiratie voor de naam van de Samenlopers, een groep christenen die op bezoek ging bij mensen in het AZC. Ze gingen naar het AZC toe, in de vaste verwachting dat Christus daar met ons oploopt.

Therese vertelt: “Als werker in de kerk blijf je altijd verwachten dat Christus zich bij je voegt. Misschien doet Hij dat tijdens een wandeling, misschien tijdens een maaltijd of misschien in een gesprek.” Dit bijbelverhaal was ook de inspiratie voor de naam van de Samenlopers, een groep christenen die op bezoek ging bij mensen in het AZC. Ze gingen naar het AZC toe, in de vaste verwachting dat Christus daar met ons oploopt.

Therese kijkt ook vooruit naar wat ze gaat doen in de komende periode. Ze kan met haar werkzaamheden wat rustiger aan doen, nu ze niet twee dagen in de week op en neer gaat naar Rijswijk vanuit Spijkenisse. Ze gaat drie dagen werken in plaats van de vijf dagen werk nu: 1 dag in het hospice Zuid-Beijerland, waar zij stervenden en rouwenden begeleidt. Ook blijft ze twee dagen werken in Zorgwaard Puttershoek, waar zij veel oog heeft voor de dementiepatiënten.
Ook in de privésfeer is er iets moois om naar uit te kijken: Haar dochter verwacht een kindje. Therese en haar man Antony zien erg uit naar deze nieuwe fase in hun leven: opa en oma worden.
Rustiger vaarwater betekent vaak ook meer tijd voor ontspanning en boeken lezen: heeft Therese nog een mooie boekentip? Zij raadt het boek ‘De keuze’ van Edith Eva Eger aan. De schrijver is een holocaust-overlever. Van haar boeken leerde Therese dat je slachtoffer kunt zijn, maar dat er altijd een keuze is die jijzelf kan maken. Dit boek is voor Therese de laatste tijd echt gaan spreken.

Ik vraag haar tot slot naar een wens die zij heeft voor de PGRijswijk: Ze wenst de kerk toe dat wij elkaar kunnen vasthouden.

Een prachtige wens voor de gemeente. Ik wens haar namens mijzelf en haar andere collega’s alle goeds en Gods zegen voor onderweg. Therese, het ga je goed!