Rijswijks Kerkarchief

kerkarchief

UIT HET RIJSWIJKS KERKARCHIEF

Royale schenkingen in de 18e eeuw 2

In het archief bevinden zich gegevens over schenkingen. Soms aan de Rijswijkse diaconie, soms aan de hele kerkgemeenschap. In een tweeluik wil ik u er twee presenteren die een bijzondere herkomst hebben, die van Eliana Coijmans en van Adriaan Leonard van Heteren. Beide verwijzen naar de rijkste families in de 18e eeuw en beide hebben toevallig een verband met het Lange Voorhout en met Voorburg. (Ook Hendrik Ravesteijn bedeelde de kerk ruim, maar dat vraagt een groter onderzoek…).

2.    De geschenken van Adriaan Leonard van Heteren (1724-1800)
Tussen de dame van de vorige aflevering, Eliana Coijmans, en Adriaan Leonard van Heteren bestaan overeenkomsten en verschillen. Beiden schenken goederen aan onze kerk, beiden zijn rijk, bezitten een huis aan het Lange Voorhout, zijn binnen de familie getrouwd, overlijden zonder kinderen en beiden hebben ook iets met Voorburg. Maar er zijn ook grote verschillen. In de eerste plaats in tijd: toen Eliana stierf, moest Adriaan nog geboren worden. Belangrijk is, dat Van Heteren wél een duidelijke band met Rijswijk en de kerk had: hij bewoonde gedurende 48 jaar huize Leeuwendaal als zomerverblijf. Zijn giften zijn voor de kerk, en niet specifiek voor de armen zoals bij Eliana.

Adriaan wordt op 29 februari 1724 gedoopt in de Haagse Kloosterkerk en trouwt in 1745 met zijn nicht Woutrina Brigitta Lormier (1718-1771). Er worden twee zoons geboren, die beiden als kind overlijden. De echtelieden maken een testament en reserveren een bedrag van 20.000 gulden voor een orgel in de kerk van Rijswijk: de helft voor het instrument, de helft voor het onderhoud en om een organist te betalen. Zoals bekend krijgt het gebouw in 1786 inderdaad een instrument, maar dan betaald uit het legaat van Cornelia Schellinger. Adriaan, inmiddels weduwnaar, bestemt het geld dan voor een orgel in de kerk van Voorburg. Dat komt er, maar zal nog geen eeuw dienst doen. In 1879 schonk prinses Marianne een nieuw instrument, omdat zij het oude te slecht vond.

In plaats daarvan kreeg Rijswijk voor f 8.000 aan obligaties, die uiteindelijk werden ingeboekt in het Grootboek der Nationale Schuld. We vinden het terug als “Fonds van de heer Van Heteren” (archiefstukken 160 en 534) en de opbrengst ervan was bestemd voor ondersteuning van het salaris van de dominee. In die tijd kreeg een predikant een vast bedrag van de overheid, maar konden plaatselijke gemeenten iets extra’s betalen, uit dank, of om hun plaats aantrekkelijker te maken.

Rijswijk heeft echter wel aandenkens aan Van Heteren. Zo schenkt hij de kerk in 1791 de twee koperen kronen die nog steeds in het schip hangen. Hij denkt ook aan twee zilveren avondmaalsbekers. Hij is ook daar (te) laat mee, een jaar eerder had Hendrik Ravesteijn hetzelfde gebaar gemaakt – en die twee bekers gebruiken we nog altijd. Uiteindelijk schenkt hij de twee tinnen offerkannen, die ook nog steeds gebruikt worden. In 1815 blijkt zijn donatie f 9.000 waard te zijn. Duizend gulden méér:… in plaats van het zilver?

Van Heteren kon het allemaal betalen. Hij was aanvankelijk schepen (wethouder) van Schieland en later bewindhebber van de West-Indische Compagnie namens Rotterdam en mededirecteur van de Sociëteit van Suriname. Hij gold, samen met zijn vader en zijn oom Willem Lormier, als een groot verzamelaar van schilderijen. Zijn collectie was te groot voor zijn huis aan de Kneuterdijk, zodat hij ook Lange Voorhout nr. 16 kocht. In 1752 had hij Leeuwendaal met ongeveer 20 ha grond eromheen al verworven van de weduwe van een andere oom Lormier. Ook hier geldt: ons kent ons en het geld blijft in de familie. Hij zal het als buitenhuis bewonen tot zijn dood in 1800. En ongetwijfeld hingen ook daar schilderijen.

Hij overleed als weduwnaar zonder kinderen. Het was de bedoeling van het echtpaar dat de kunstverzameling naar prins Willem V zou gaan, maar die was in 1795 vertrokken. Adriaans erfgenaam werd nu een zesjarig achterneefje, in wiens naam de schilderijenverzameling voor f 100.000 (in onze tijd ruim een miljoen euro) in 1809 aan het nieuwe Koninklijk Museum werd verkocht. Dit stond aan de basis van het huidige Rijksmuseum – en daar kunnen we werken van Van Ostade, Breughel, Steen en Ter Borch uit Van Heterens verzameling nog altijd bewonderen.

Heteren krant

Ruud Poortier, archivaris PGR

PS.: in de Oude Kerk is de linker binnenvitrine de komende tijd gewijd aan het kerkhof achter de kerk.