Rijswijks Kerkarchief

kerkarchief

UIT HET RIJSWIJKS (KERK)ARCHIEF
BERISPT DOOR DE CLASSIS!
In 1939 en 1940 speelde in Rijswijk de “kwestie Boskoop”, wat de hervormde kerkenraad op een berisping door de classis kwam te staan.
De kerkenraad bestond destijds alleen uit vrijzinni- gen, inclusief de beide predikanten ds. P.L.L. Post en ds. J.D. van der Veen. Rijswijk was wat dat betreft een eiland in een rechtzinnige omgeving, waar vrijzinni- ge ouders ook buiten onze gemeente hun kinderen lieten dopen.
In het voorjaar van 1939 was dat ook de keuze van het echtpaar Benschop uit Boskoop. Zij hadden echter hun lidmaatschap opgezegd en waren dus geen leden van de kerk meer. Toch wilden ze hun twee kinderen laten dopen en dat gebeurde in Rijswijk, onder verantwoordelijkheid van onze hervormde kerkenraad. Boskoop accepteerde dat niet en diende een klacht in bij de Haagse classis, die vervolgens een onderzoek instelde. Rijswijk beantwoordde de vijf prangende vragen naar waarheid. Ja, ze wisten van de situatie en ja, ze meenden juist te hebben gehandeld. Maar de classis was niet tevreden, vroeg een nadere verklaring en eiste gehoorzaamheid aan de kerkorde. De kerkenraad meende echter, dat deze het dopen van kinderen van niet-lidmaten niet expliciet verbood. De classis reageerde met drie A4-tjes vol kerkjuristentaal: gezien dit…, overwegende dat…, artikel zus… en paragraaf zo… En de conclusie was hard: de doop was onwettig en de voltallige kerkenraad, inclusief de twee predikanten, kreeg daarvoor in april 1940 met naam en toenaam een berisping. De mogelijkheid van een hoger beroep kwam niet aan de orde.
De kerkenraad liet het er echter niet bij zitten en kaartte de kwestie aan bij de Provincie. Die stelde zich achter de classis. Nu volgde cassatie bij de Synode, maar deze verklaarde het beroep niet ontvankelijk, omdat het een paar dagen te laat was ingediend. Zo bleef onduidelijk of de doop van de kinderen Benschop nu écht illegaal was en bleef de berisping gehandhaafd.
Mij viel de tegenstelling op tussen het ambtelijke gevecht rond regels en termijnen enerzijds, en de voornaamste motivering van de kerkenraad anderzijds. Deze verwees naar Marcus 10:14: “Laat de kinderkens tot mij komen en [in hoofdletters!] VERHINDERT ZE NIET”. De wat laconieke toon in de verslagen wijst erop dat de Rijswijkse kerkenraad niet erg onder de indruk was, maar hangende deze kwestie werd nu voortaan wel van doopouders vereist dat minstens één van hen lid van de kerk was…  Wat door anderen weer als een zwaktebod werd uitgelegd…
Ruud Poortier