Rijswijks Kerkarchief

kerkarchief

UIT HET RIJSWIJKS KERKARCHIEF

Het oude kerkhof
Vanouds was het ‘hof rond de kerk’ een begraafplaats. Wie geld had, kon een kelder of grafstee in het gebouw kopen, maar de meeste Rijswijkers zijn vroeger rondom de Oude Kerk begraven. Met het heroprichten van de Bonifatiusparochie eind 18e eeuw kregen de rooms-katholieken een eigen, gewijde begraafplaats bij hun kerk.
Ingaande 1 januari 1829 mocht er niet meer in kerkgebouwen begraven worden. De grafzerken in de Oude Kerk dateren dan ook allemaal van vóór die tijd. Het kerkhof werd toen eigendom van de burgerlijke gemeente, die de kerk compenseerde door een vast bedrag per begrafenis, later een jaarlijkse som, die ten slotte werd afgekocht. Alleen de noordzijde van de kerk werd nog gebruikt en verdeeld in vier klassen. Halverwege de 19e eeuw steggelden de beide gemeenten nog over de precieze begrenzingen van het kerkhof, waarvan overigens later door de verbreding van de Kerkstraat en de Tollensstraat twee perceeltjes werden afgeknabbeld.
De maatregel van 1829 had soms persoonlijke gevolgen: Hendrik Adriaan Caan, bewoner van Cromvliet (1755-1816), was nog in de kerk begraven, maar nu kon de weduwe niet meer bij haar man worden bijgezet. Eerst wilde ze een grafkelder aan de andere kant van de kerkmuur, als het ware tegenover haar echtgenoot, maar dat kon niet vanwege boomwortels. Uiteindelijk kwam de kelder er wel, maar bij een aanbouw, waar nu de keuken is. De laatste Caan van Neck is in 1925 in een aanpalend graf begraven, omdat de kelder ‘vol’ was.
De band tussen kerk en kerkhof is dus formeel verbroken in 1829. Toch vinden we na die tijd wel enkele verbanden, bijvoorbeeld in (bijbel-)teksten op grafstenen. Ook zijn er ambtsdragers begraven: Willem Oosterland (1800-1889) was in zijn lange leven koster en voorlezer en daarnaast schoolmeester en kerkhofbeheerder. Twee graven herbergen predikanten: ds. C.L. Jungius (1809-1869) en ds. J. Verwey (1836-1908). De eerste ligt er eenzaam, op zijn steen staat: “Dankbare vrienden uit de gemeente”. De tweede rust in een dubbelgraf met vrouw en vier kinderen. Zijn opschrift luidt: “Onze leeraar en vriend”. Op beide graven ligt een opengeslagen Bijbel als ornament.
Nadat in 1915 aan de Kleiweg (nu Sir W. Churchilllaan) een nieuwe begraafplaats was geopend, werden er geen nieuwe graven bij de kerk meer aangelegd. In 1956 sloot het gemeentebestuur de “Oude Algemeene Begraafplaats” bij de kerk officieel, maar er waren toen nog enkele rechthebbenden. De laatste bijzetting vond plaats in 1981.
In de vitrine liggen een paar foto’s van het kerkhof en de lijst van grafzerken. Een overzicht met méér gegevens vindt u  op de internetpagina van de Historische Vereniging: https://www.historischeverenigingrijswijk.nl/artikelen.php

Ruud Poortier, archivaris PG Rijswijk