Rijswijks Kerkarchief

kerkarchief

Na de tentoonstelling
Dit stukje schrijf ik in de week dat we de tentoonstelling in het Museum uitruimen. Met genoegen kijk ik terug op de samenwerking met Hans Koot (parochie), Bert Molenaar (Ned. Geref.) en Davo van Peursen (Volle Evang.) om iets leuks en interessants bij te dragen aan de viering van 750 jaar Kerk in Rijswijk. Paul Schott (commissie) en Arjan Kwakernaak (Museum) waren onze side kicks. De expositie is goed bezocht en van het boekje zijn veel exemplaren verkocht. Natuurlijk verloopt niet alles precies zoals jij (ik in dit geval) wilt. Zo kwamen de ‘vier pijlers’ waarmee we de chronologie wilden besluiten (leren, dienen, vieren en gemeenschap) te weinig uit de verf en stonden er enkele onverwachte attributen uit de rijk gevulde zolders van de Bonifatius.
Maar dat had ook weer een aardige kant. Aan de kinderen van de nevendienst legde ik uit wat een biechtstoel was. Ja, ‘opbiechten’, dat woord kenden ze wel, maar hoe dat in de praktijk ging? Afijn, ze hebben allemaal knielend een zonde opgebiecht en ik vergat maar even dat ze met hun kluiven nergens aan mochten komen. Favoriete zonde was trouwens het plagen van zusjes. Verder trok de doopschaal hun belangstelling. Natuurlijk maken ze dopen mee, maar de aandacht gaat dan meer naar het kind (of de dominee?) uit, dan naar het bekken. Lisa had geen idee door wie ze was gedoopt en ik kon als ooggetuige vertellen dat dat haar opa was. Zo steek je nog eens wat op van zo’n tentoonstelling.

Mij viel op dat ons erfgoed toch vooral uit de Oude Kerk moest komen. Een speurtocht naar de wandkleden van de Messiaskerk bijvoorbeeld leverde geen positief resultaat meer op. Vergaan en waarschijnlijk naar het oud-textiel gebracht. Ook de eerste steen van de Benedictuskerk bleek onvindbaar. Van de noodkerkjes in Te Werve en Steenvoorde zijn alleen nog enkele kopieën van grofkorrelige krantenfoto’s bewaard gebleven. Niet om aan te zien en dus maar niet getoond.
Hetzelfde probleem kennen de jongere kerkgenoot-schappen. Hun bijdrage moest noodgedwongen beperkt blijven, al vond ik het zilveren avondmaalstel uit de Leeuwendaalkerk bijzonder door de geschiedenis (naar verluidt door de Vrijgemaakten kort na de oorlog met zilveren guldens bijeengebracht) en riep het flanelbord uit de Hofrustkapel beelden van (heel) lang geleden in me wakker. Graag een compliment aan Arjan Kwakernaak, die onze inbreng op een duidelijke en serene wijze heeft vormgegeven.
In de vitrines in de Oude Kerk leg ik wat attributen neer die de tentoonstelling niet gehaald hebben. Door gebrek aan ruimte, of keuze van de vormgever. Een allegaartje, maar allemaal elementen van die 750 jaar die we zojuist gevierd hebben. Mij dierbaar is het onbeholpen briefje van J.H. Snijders uit 1891 (Gemeentearchief) waarmee hij aan de wieg stond van de Gereformeerde Kerk van Rijswijk. Een kattenbelletje dat historie schreef en dat ik u daarom niet wil onthouden!

Ruud Poortier
archivaris PGR