Pastorale sectie Nieuw-Rijswijk

Giften
geldEen gift van € 40 en van € 20 ontvangen, bestemd voor de diaconie. Ter besteding om mensen in financiële nood, binnen én buiten de kerk, te ondersteunen. Hartelijk dank!

Ter nagedachtenis aan Jan Vermeer
Hij overleed op 23 mei jl. op de leeftijd van 95 jaar. Zijn volledige naam was Johannes Coenraad. Op 29 mei namen we afscheid van hem in een kleine bijeenkomst, voorafgaande aan de begrafenis.
kaarsenDe laatste periode van zijn leven, na het overlijden van zijn vrouw, was niet makkelijk voor hem. Hij heeft haar lang verzorgd. Toen ze niet meer thuis kon wonen ging hij iedere dag twee keer naar Steenvoorde om haar te bezoeken en haar te helpen bij wat nodig was. Hij voelde zich na haar dood erg eenzaam en was dolgelukkig met de aandacht die hij van zijn neef en nicht, Johan en Lineke, en van zijn broer en overige familie kreeg. Hij was niet makkelijk voor zichzelf maar ook niet voor anderen. Toch verlangde hij, zoals ieder mens, naar diep menselijk contact. Als je eenmaal zijn vertrouwen had, dan wilde hij niets liever dan praten en was zijn woordenstroom niet te stoppen. Hij kwam uit een groot gezin waarin hij de oudste was. Zijn ouders hadden een bakkerij en het was voor de vijf jongens altijd keihard werken, van jongs af aan. Aan het geloof heeft hij zijn leven lang vastgehouden, in de oude vorm zoals hij die van thuis was gewend. Hij hield absoluut niet van moderne ontwikkelingen en voelde zich vervreemd van de kerk zoals die nu is. Bij het afscheid lazen we uit Romeinen 8, over niets dat ons kan scheiden van de liefde van Christus. Dat was zijn houvast dat hij nooit heeft losgelaten!
  
De deugd van matigheid of nederigheid
aardeIn de komende afleveringen, te beginnen met deze, is het mijn bedoeling aandacht te besteden aan de zeven christelijke deugden. Gezamenlijk geven zij een goed beeld van waar we ons op kunnen richten als we willen groeien in ons gelovig bestaan. De eerste is matigheid of nederigheid. Het gaat hierbij om maat houden in alles. Dit is bepaald geen geringe opgave in onze mateloze maatschappij, waar het voornamelijk draait om meer en beter. Als je de deugd van matigheid wilt nastreven dan oefen je je in het genoeg. Lang geleden presenteerde een econoom: al De economie van het genoeg. Het is nooit erg aangeslagen. Hoe zou het zijn als we onszelf regelmatig een halt toeroepen? Niet om onszelf te straffen maar om gelukkiger te worden. Want dat is de kern van de zeven deugden: Ze vormen geen morele eisen maar beloven een weg te banen naar (meer) geluk. Waarin kunnen we onszelf dan beperken? In de eerste plaats in het consumeren en steeds meer kopen. Wat geen geringe opgave is in een maatschappij die ons met reclames bombardeert. We zouden eenvoudiger en minder (maar niet minder lekker) kunnen gaan eten. Onze vakanties hoeven misschien niet steeds verder en vaker (ook nog goed voor het milieu). En boven alles hoeft ons ego niet steeds groter te groeien. Ons ego matigen, dat is nederigheid.
Ook in de kerk sluipt de mateloosheid van het ego binnen. Wie heeft het voor het zeggen? Toch vaak degene met de grootste mond. Nederigheid of bescheidenheid wordt nauwelijks nog gewaardeerd. We prijzen onze kinderen als ze stralend op het podium gaan staan. Maar wie spreekt nog zijn waardering uit naar een kind dat ruimte voor een ander maakt en zelf een stapje terug doet?
Het woord nederigheid komt van het Latijnse humilitas. Daarin zit het woord humus, dat aarde betekent. We zijn kinderen van de aarde, genomen uit de aarde en geen engelen of goden. Dat besef kan ons nederig maken.

In de zomer geen kindernevendienst maar kinderen welkom
 benenIn de zomer zal er geen kindernevendienst worden gehouden. Maar kinderen zijn, zoals altijd, zeer welkom. Achter in de kerkzaal is een tafeltje met kleurplaten en kleurpotloden te vinden. De kinderen kunnen in de dienst blijven en gaan kleuren en tekenen. Ook zal er in de dienst, wat mij betreft, zeker aandacht voor hen zijn. We zijn een kindvriendelijk kerk als het aan mij ligt en de aantallen mogen er niet toe doen. Ieder kind is er één en verdient aandacht.
 
Ontmoetingstafel in zaal 4
Vanuit de groep van aandachtsmensen is het idee ontstaan om vlak bij de ingang in zaal 4 een ontmoetingstafel in te richten. Is iedere tafel bij het koffie drinken na de dienst dan niet een ontmoetingstafel? Dat zou wel zo moeten zijn maar vaak zijn het (begrijpelijk) vaste groepjes die elkaar ontmoeten. Maar een geloofsgemeenschap is meer. Er mag van haar ook openheid en hartelijkheid gevraagd worden voor wie nieuw is of zich (soms zelfs na vele jaren) nog niet thuis voelt. Wilt u er voor deze mensen zijn? Neem dan eens plaats aan de ontmoetingstafel. Of, als u in gesprek bent met een onbekende, breng haar of hem naar de ontmoetingstafel. U herkent de tafel aan het bordje en de bos bloemen die erop staat. En als u aan een andere tafel iemand alleen ziet zitten, stap eropaf en maak een praatje. Niet makkelijk misschien, maar hoe zou u het zelf vinden alleen te worden gelaten in een gemeenschap die van liefde leeft?

In de kerk aanwezig en bezoek
In de maanden juli en augustus ben ik alleen op verzoek op dinsdag in de kerk aanwezig. De praktijk heeft geleerd dat in de zomermaanden de aanloop een stuk minder is. Maar ook dan kunt u vragen om bezoek bij u thuis of om een afspraak in de kerk. Ook op andere tijden. De predikantenkamer is tot een knusse huiskamer geworden waar een goed gesprek makkelijk op gang komt.
Ik heb een lange lijst van mensen die ik graag eens wil bezoeken. Maar die lijst wordt maar langzaam korter omdat er altijd weer dingen tussen komen in dit dynamische werk. Daarom is het zo belangrijk dat u zelf aangeeft als u graag bezoek wilt. Dan gaat dat voor. Het is jammer als u behoefte heeft aan bezoek en uit bescheidenheid maar afwacht. Bescheidenheid is een deugd (zie boven) maar kan ook in jouw nadeel gaan werken. Er zijn ook mensen die vragen om bezoek niet nodig vinden omdat ze van mening zijn dat de predikant uit zichzelf moet komen. Die doet dat ook, maar niet bij iedereen, want dat lukt niet qua tijd. We moeten dus afgaan op wat we horen over de wens tot bezoek en over wat mensen overkomt. We zijn immers van vier naar twee predikanten gegaan (gelukkig was en is er wel een kerkelijk werker). En zelfs in de oude situatie was iedereen bezoeken niet mogelijk. Laten we dus open zijn naar elkaar over onze wensen én beperkingen.
Graag tot ziens, thuis, onderweg of in de kerk.

Hartelijke groet en een mooie zomer gewenst!
Ds. Susan Karreman