Pastor

Vluchten kan niet meer

Terwijl ik dit schrijf spoken de tv-beelden van gisteravond door mijn hoofd. Wanhopige Afghanen, zich vastklampend aan vertrekkende vliegtuigen uit Kaboel. Misschien ook Afghaanse mensen die voor onze Nederlandse troepen en ambassade daar gewerkt hebben. Chauffeurs, schoonmakers, tolken, IT-ers, en anderen.

In de krant van vanmorgen (NRC van 17 augustus) lees ik, dat toen de 37 Afghaanse medewerkers van de ambassade afgelopen zondag zich meldden op kantoor, tot hun verbijstering de Nederlandse diplomaten vertrokken waren naar een veiliger plek elders in de stad. Op het moment van inleveren van deze kopij is het lot van deze medewerkers hoogst onzeker en moeten ze vrezen voor marteling én voor hun leven. Het vliegveld is nu ook niet meer voor hen te bereiken. Vluchten kan niet meer.

Verraden worden is een van de ergste dingen die een mens kan overkomen. Iemand of een instantie die je dacht te kunnen vertrouwen blijkt dat vertrouwen niet waard te zijn. Het ergste is: vertrouwen beschamen heeft vaak ernstige consequenties en is nog nauwelijks terug te winnen. Vraag maar aan Pontius Pilatus. Of aan Judas.

Pilatus verzaakte zijn rechtsprekende functie en dacht daar mee weg te komen. Hij waste zijn handen in onschuld.
Judas zag na zijn verraad aan Jezus geen uitweg meer. Zijn hiermee ‘verdiende’ zilverlingen bleken ook geen enkel soelaas te bieden.
Ook voor deze twee gold: vluchten kan niet meer.

Vanuit Bijbels perspectief is uiteindelijk de vraag: Wat is erger, vluchten omdat je verraden bént, of vluchten omdat je verraden hébt? Het eerste moet je misschien met de dood bekopen, het tweede met verlies van je geweten.

Uit het lijdensverhaal van Jezus weten we dat het tweede het ergste is. Al lijken we dat in onze huidige samenleving soms behoorlijk vergeten te zijn.

Maria Opgelder