Overdenking

Winnen door te verliezen

Ik weet niet hoe het met u is, maar sinds het Eurovisie Songfestival heb ik de hele tijd dat ene liedje in m’n hoofd. Het wínnende liedje, welteverstaan, want ‘we’ hebben gewonnen.

Jazeker, voor het eerst sinds 1975 won Nederland het Songfestival. En ik ben zelf in december 1975 geboren, dus u begrijpt: ik heb hier mijn hele leven op gewacht.

Een historisch moment dus. Al weet ik niet of u zelf warm loopt voor dit evenement met buitenissige uitdossingen, liedjes van zeer wisselende kwaliteit en tenenkrommend commentaar. Ik kan me voorstellen van niet.

Laat me u daarom even bijpraten. ‘Arcade’ heet het liedje van Duncan Laurence. En daar loop ik dus al een tijd mee in mijn hoofd. Het is zo’n liedje dat je moeilijk kwijtraakt. Vooral als je een dochter hebt van 7 die het elke dag opzoekt op de iPad en door de kamer laat schallen:

All I know, all I know, loving you is a losing game.
Jou liefhebben is een verloren spel.
Een spel dat je alleen maar kunt verliezen.
Inderdaad, het gaat over liefdesverdriet. En afscheid.

Tussen Pasen en Pinksteren hebben we (traditioneel) weer verschillende gedeelten gelezen uit de afscheidsrede van Jezus in het Johannesevangelie (hoofdstuk 13 t/m 17), bij het Laatste Avondmaal.

Daarbij kwam bij mij déze zin weer bovendrijven: loving you is a losing game.
Dát moet het gevoel zijn, dacht ik, dat moet het gevoel zijn dat de leerlingen van Jezus ook hebben, op het moment dat hij ze toespreekt. Want ze gaan hem verliezen, hun geliefde meester en vriend.


Die afscheidsrede is gericht tot de leerlingen van Jezus. Maar u begrijpt, dat er niet iemand aan tafel zat te notuleren. En het Johannesevangelie is pas geschreven 50 jaar na de dood van Jezus. En in die 50 jaar is er rond die Johannes een christelijke gemeente ontstaan.

Een gemeente die de woorden van Jezus in de kern ongetwijfeld heeft bewaard en doorgegeven. Maar die daar ook op gereflecteerd heeft. Die haar eigen geschiedenis en ervaringen en vragen erin verwerkt heeft.

Want die christelijke gemeente rond de evangelist Johannes is zelf een minderheidsgroep. Ze voelen zich marginaal en bedreigd en moeten het hoofd boven water zien te houden. Zij herkennen zich in de leerlingen van Jezus. De leerlingen die Jezus moeten gaan missen.

En na vijftig jaar is dat gemis van Jezus misschien wel sterker dan ooit. De meesten hebben Jezus niet zelf gekend. Het enige wat ze hebben, zijn die onvergetelijke en onbereikbare verhalen over hem.

En na 2000 jaar laat het gemis van Jezus zich nog altijd voelen, in onze Rijswijkse gemeenschap. Die in de kern wel lijkt op die Johannesgemeente. We voelen ons misschien niet bedreigd. Niet zoals christenen in Sri Lanka of Irak.

Maar we voelen ons soms wél verweesd. Een minderheidsgroep zijn we geworden als kerk, in de marge van de maatschappij, en we moeten het hoofd boven water zien te houden. Financieel en spiritueel.

Daarom is de Afscheidsrede van Jezus een tijdloos verhaal geworden. Niet alleen gericht tot zijn directe leerlingen, maar ook tot die eerste christelijke gemeente na 50 jaar en ook tot ons na 2000 jaar.

Wij staan als het ware allemaal in een hoekje van die bovenzaal, bij het Laatste Avondmaal.

En we staan daar met hetzelfde gevoel. Een gevoel dat Duncan Laurence in zijn lied Arcade zo verwoordt:

My mind feels like a foreign land
Please, carry me, carry me, carry me home

Ik voel me als in een vreemd land.
Alsjeblieft, draag me, draag me, draag me naar huis.

En op dát gevoel haakt Jezus in. Want hij spreekt wel over áfscheid, maar óók over weerzien. Hij heeft het niet alleen over wéggaan, maar ook over thuískomen.

Laat ik het zo zeggen: er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Maar paradoxaal genoeg is bij Jezus de tijd van gaan óók de tijd van komen. Hij is gekomen om te gaan. En hij gaat om te komen.

Wat ik bedoel is: hij moet gáán om op een andere manier terug te komen. Want Jezus liefhebben is niet alleen een losing game. Het is winnen dóór te verliezen. Thuiskomen dóór weg te gaan.

Jezus heeft het over zíjn thuiskomen, maar ook dat van óns. Of beter gezegd – en zo zegt hij het zelf: ik kom thuis in jullie, en jullie in mij. Als je mij liefhebt, zullen wij voor altijd verbonden zijn.

Zo is Jezus’ vaarwel tegelijk een belofte. Líjfelijk zal hij afwezig zijn, maar in de Géést zal hij áánwezig zijn. Lijfelijk was hij maar op één plek, maar in de Geest is hij overál. Dat vieren we met Pinksteren!
In de geest gaat zijn inspiratie de hele wereld over, in woorden en daden van mensen die hem volgen, die hem liefhebben. Met innerlijke vrede en geestkracht heeft Jezus na Pasen zijn volgelingen de wijde wereld in gezonden, om de boodschap van liefde en de vrede te verspreiden.

Het is de boodschap van de Bergrede, waarin niet de sterken en de brutalen zaligmakend zijn, maar de zachtmoedigen, de barmhartigen, de vredestichters, de kwetsbaren. Waarin de eersten de laatsten zijn, en de laatsten de eersten. Waarin de verliezers de winnaars zijn. Het is deze wereld omgekeerd.

Dat is de boodschap die wij met ons meedragen. De paradox van ons christelijk geloof. De schijnbare tegenstelling. Dat in het verlies de winst verscholen ligt, in het donker het licht, in de dood het leven. Dat het kruis geen afgang is, maar een opgang. En het einde een nieuw begin.


Maar om dát te geloven, moet je durven vertrouwen. Op Iemand die groter is dan jij. Zodat het niet allemaal van jóu afhangt. Omdat je bent opgenomen in een groter geheel. En geliefd bent, zoáls je bent.

Je moet durven vertrouwen dat je ten diepste veilig bent, wat er ook gebeurt. Dat er iemand over je waakt, en met je meegaat. Dat je nooit verloren raakt, hoe ver je ook verdwaalt.

Als je dat vertrouwen hebt, dan kun je ook verliezen. Dan verlies je op het eerste gezicht bepaalde zekerheden, waar je altijd aan vasthield. Maar je ontdekt hopelijk óók dat je kunt winnen dóór te verliezen.

Omdat je óók de angst verliest dat je niet goed genoeg bent. Omdat je loskomt van alle eisen die de maatschappij aan je stelt, of waar je van jezelf aan moet voldoen.

Loskomt van de behoefte aan erkenning en bevestiging. De behoefte aan succes en (materiële) zekerheid. Loskomt van de druk en de stress. Het eenzame ploeteren.

Als je daarvan wat kwijtraakt, komt er vanzelf ook meer ruimte voor geloof, hoop en liefde. Voor de dingen waar het echt om draait.

En ik wil vooral niet doen alsof dit gemakkelijk is. Of alsof ík hier goed in ben. Winnen door te verliezen. Het is moeilijk en het klinkt onwaarschijnlijk, ik weet het.

Maar kijk dan maar naar Duncan Lawrence: loving you is a losing game. Want met zijn liedje over verlíezen heeft hij het Songfestival toch maar mooi gewónnen…
Ds. Michiel de Leeuw
eurovisie