Overdenking

Overdenking aan de kust

Afgelopen zomer was ik op vakantie in eigen land, op Texel. Heerlijk uitwaaien langs het strand, boeken lezen in een stoel en fietsen over het eiland. Op het strand had ik gezelschap, want mijn zoontje Erik was gefascineerd door de zee, die dan weer dichtbij kwam en dan weer terugweek. Hij liet het dichtbij komen en dan sprong hij weer weg. En elke keer liet het water wat achter op het strand, schelpen, steentjes en soms wat drijfhout. Ook dat had zijn aandacht en hij liet me zien wat hij vond. Ik keek nog eens goed naar het hout dat bij onze voeten aangespoeld was: het lijkt wel wrakhout! Aan één kant was het hout zo recht, dat moest wel door mensen gezaagd hout zijn. En hier waren ook de nodige schepen verongelukt door alle tijden heen.
In het museum van Texel was er een tentoonstelling over een wrak van een schip dat ze in 2005 naar boven hadden gehaald. Het was één van de vele verongelukte schepen, die hier gestrand waren. Misschien was dit hout wel van één van die gezonken schepen, wie weet.

wrakhout
Ik fietste terug naar het vakantiehuisje met het wrakhout in de tas mee. Ik mijmerde wat over wrakken en geloof. En ik begon een liedje te zingen:

Amazing Grace, how sweet the sound
That saved a wretch like me
I once was lost, but now am found
Was blind but now I see

Dit lied gaat over iemand die zichzelf als menselijk wrak ziet, menselijk hoopje ongeluk. Deze is gered, gevonden en genezen, door Gods genade alleen. De schrijver van dit lied, John Newton, had als matroos verstand van wrakken en menselijke hoopjes ongeluk, want hij had veel gevaren op schepen. Eens in een grote storm vroeg hij God om genade. Hij overleefde de storm en hij veranderde als mens door die ervaring. Hij ontdekte dat er geen enkel mens zo slecht is, dat God hem niet kan vergeven. Zo begon hij zijn leven stukje bij beetje te veranderen, door niet meer te vloeken aan boord, door netjes met zijn vriendin om te gaan. Hij eindigde uiteindelijk op de preekstoel, en het deed de gewone mensen in zijn kerk goed: eindelijk iemand die hun ervaringen kon begrijpen en voor God kon brengen. Dit lied werd een lied van de gewone man, om Gods genade te prijzen. Wij kunnen nog zo’n wrak zijn, God kan ons weer tot leven wekken.

In het museum op Texel leerde ik dat er aan boord van een schip altijd een timmerman was. Deze timmerman kon de kleine klussen aan boord doen. Bovendien kon hij, als er eens een gat in de romp was geslagen, dat gat repareren. Om te voorkomen dat een schip zou zinken. Deze reparaties lukten ook vaak, zo lezen we terug in de logboeken van kapiteins. Zo voeren er in de zestiende en zeventiende eeuw heel wat schepen rond met verschillende reparaties aan de romp van het schip.

Terwijl ik in het museum stond besefte ik dat Jezus een timmerman was. Hij repareert de mensen die aangespoeld zijn op het strand van het leven, en herstelt menselijke wrakken. Hij is de timmerman, die belichaamt dat iemand nooit te gebroken is voor Gods genade.

Ds. Sifra Baayen