Overdenking

pasen flink zijn

Pasen en flink zijn

Nooit zal ik Maud vergeten. Het meisje dat als kind niet alleen tegenover ons woonde maar ook tegenover ons lag. In een bed voor het raam. Wij in de flat, zij in een rijtjeshuis er tegenover. Vanuit mijn slaapkamerraam keek ik recht in haar huiskamer. Wat ze had, dat werd ons als kinderen niet verteld. Wel wisten we dat ze erg ziek was. En dat vonden we zielig.
En soms vonden we het ook lastig. Want als we buiten speelden tikte haar moeder vaak op het raam en wenkte ons. Ze wilde graag dat we met haar kwamen spelen. Maud was heel lief maar ze mocht niet naar buiten en ze had zoveel pijn. Het was best lastig om binnen te moeten zitten bij mooi weer en de pijn aan te zien. Flink zijn Maud zei haar moeder altijd als ze daarover klaagde. Even op je tanden bijten. Maar Maud kon wel op haar tanden blijven bijten want haar situatie verbeterde niet. De roep om flink te zijn heb ik in mijn jeugd heel vaak gehoord. En natuurlijk is het belangrijk om door te gaan. Maar moeten we daarvoor op onze tanden bijten of kan het ook helpen om onze tranen eens te laten gaan? Zonder dat iemand het wil stoppen, wil troosten waar geen troost te vinden is?
Hoe zou het zijn als de kleine Maud door haar moeder omhelsd was in al haar pijn en als ze samen hadden gehuild om haar vreselijke lot? Natuurlijk had de moeder de beste bedoelingen. Ze was bang dat de kinderen niet meer zouden komen spelen als Maud een huilebalk zou worden. Zo zijn ook volwassenen vaak geforceerd vrolijk tegen hun bezoek omdat ze bang zijn dat er anders niemand meer komt. Maar het bezoek voelt de spanning en de ingehouden gevoelens aan en voelt zich juist daardoor niet op zijn gemak.
Zo was het ook bij Maud. Als kinderen waren we misschien wel even geschrokken van een flinke huilbui maar we hadden het heus overleefd en die akelige spanning zou er niet geweest zijn. Van een Maud die niet mocht huilen en een moeder die dat streng bewaakte. Wat heeft dit alles nu met Pasen te maken? Mijn indruk is dat met Pasen soms wat al te makkelijk gejubeld wordt. En dat we mensenkinderen zoals Maud daarmee behoorlijk in de steek laten. Er zijn van die paasliederen waarvan de zinnen al vanaf de vroege jeugd door mijn hoofd spelen Nu jaagt de dood geen angst meer aan want alles alles is voldaan. Het klinkt misschien mooi maar Pasen of niet, de dood jaagt nog wel degelijk angst aan. Zeker als hij vroeg komt. We mogen hoop koesteren voor alle schepselen, dat zeker. En ik hoop Maud ooit terug te zien als een stralend wezen dat op een schommel in het zonlicht zit, zonder pijn. Maar zolang die toekomst niet is aangebroken zullen we toch moeten leven in een wereld waar onvoorstelbaar veel lijden is. Beter dan daarover heen te zingen kunnen we ons oefenen in het mededogen, zoals Jezus dat in overvloedige mate bezat. Het is oneindig moeilijk de pijn en het leed van een ander mens niet weg te kunnen nemen. Het is haast niet te doen om niet met mogelijke oplossingen te komen. Zou je dat nog eens niet proberen? Ik heb gehoord van een vrouw bij wie dat zo goed werkte. Huil maar niet, misschien voel je je morgen al veel beter. Allemaal goed bedoeld. De ander moed inpraten noemen ze dat. Maar je kunt een ander mens geen moed inpraten. Dat lijkt misschien even zo maar werkt niet echt. Je kunt een mens helpen om te rouwen. Om oprecht te treuren om een leven dat zo anders geworden is dan gedroomd. Je kunt een mens aanmoedigen zich te uiten. Vertel me wat je voelt, wat jouw angsten zijn, hoe de pijn aanvoelt. En dan hoef je vervolgens alleen maar stil te zijn, een hand te pakken en laten merken dat je het hebt gehoord. Je hebt de eenzaamheid van een mens dan voor even doorbroken. Want lijden maakt eenzaam, mensen zijn er bang voor. Kweken we zo geen eeuwige klagers? Nee, de klagers van deze wereld zijn nooit echt gehoord en daardoor is de naald van hun leven in een oude groef blijven steken. Wie zich werkelijk gehoord en begrepen voelt zal makkelijker flink kunnen zijn in de zin van toch maar weer doorgaan.En Pasen? Pasen helpt ons om flink genoeg te zijn om het bij de Mauds van deze wereld uit te houden. Om toch maar weer naar binnen te gaan als je liever buiten wilt spelen. Want je weet, je vertrouwt dat dit niet alles is. Dat er een toekomst wacht in het bijzonder voor hen die er nu aan onderdoor gaan. Dat geeft jou een tegenwicht tegen de moedeloosheid en de hopeloosheid. Je spreekt niet zo gauw woorden van hoop. Want die klinken bij het bed van Maud zo gauw leeg en hol. Maar je bent wel een teken van hoop doordat je er bent en blijft komen.

Als Pasen ons daartoe kan inspireren is het een prachtig feest!
Ds. Susan Karreman