Overdenking

…Feest van verwondering

bloemenPinksteren is een wonderlijk feest. Geluid als van een hevige windvlaag… vlammen als van vuur op de hoofden van de mensen… spreken in een taal die helder verstaan wordt door geheel anderstaligen… 
Stelt u zich voor dat wij allen samen in de kerk bijeen zijn, en de Heilige Geest wordt uitgestort. U ziet vlammen als van vuur op ieders hoofd. Iedereen ziet vlammen als van vuur op ùw hoofd. Geluid van een heftige windvlaag zwiept door de kerk, maar de deuren en ramen zijn gesloten en buiten is het bladstil, u ziet dat aan de bomen en aan de Pinksterbloemen: niet de minste of geringste beweging. Uw buurman links spreekt Perzisch tegen u. Uw buurvrouw rechts spreekt opeens Sanskriet. U weet dat, want u verstaat het probleemloos. Normaal gesproken spreekt u zelf Nederlands, en soms ook wel meer of minder goed Engels, Frans  of Duits, maar daarmee houdt het ook wel op. En ineens… verstaat u talen van ver weg! Of Nederlands is niet uw moedertaal maar op dat moment begrijpt u alles wat er in het Nederlands gezegd wordt. Wat zou er met u gebeuren? Zou u denken: ‘ik word niet goed, wat gebeurt hier’? Zou u denken: ‘o ja, tuurlijk, ik versta heel goed Perzisch, Nederlands en Sanskriet’?
In Bijbelse tijden dachten sommigen: ‘mmm, toch een glaasje teveel gedronken, gisteravond’. Dat is niet alleen een beetje sceptisch gedacht, maar ook weinig fantasievol. Het waren denk ik mensen die nauwelijks openstonden voor wat wij verwondering noemen.
Is eigenlijk niet héél het Christelijk geloof één groot verhaal van verwondering? Na een maagdelijke geboorte in een stal, een twaalfjarige jongen die in de tempel de Schriftgeleerden met zijn wijsheid en inzicht versteld doet staan, die vervolgens op een niet zo goed geplande bruiloft water verandert in wijn en talloze andere wonderbaarlijke dingen doet, zieken geneest, wonderverhalen vertelt, die onschuldig wordt veroordeeld en gedood, vervolgens opstaat ten leven om kort daarna niet een menselijke dood te sterven maar rechtstreeks op te varen ten hemel! Hoe wonderlijk is dàt! Maar wonderlijk of niet, het gaat er om dat het onze verwondering wèkt. Dat we, met de onschuld van een kind, open staan voor wat dit alles ons te zèggen heeft. Want zeg nou zelf, die vlammen, die waren àls van vuur. Zo zag het er uit. Echte vuurvlammen zouden je met huid en haar doen verschroeien en verbranden. Dat kan niet de bedoeling zijn. En hebben we niet al eerder eens zoiets  geschreven zien staan? Vlammen als van vuur – maar het dorre braamstruikje dat toch niet verbrandde?
Daarom: het gaat om het verstaan van zo ’n beeld. In het brandende braambos hoort Mozes de stem van de Eeuwige die hem roept om op weg te gaan. Ook Mozes sputtert in eerste instantie nogal tegen. Ook zìjn verwondering wil niet meteen op gang komen. Daar staat hij. Op zijn blote voeten. Hij kijkt bedenkelijk. Ook hem is niets menselijks vreemd. Maar… hij gaat, al is er dan ook enig getouwtrek voor nodig. Hij vertrouwt zich toe, hij zal wel geholpen worden, dat heeft de Stem gezegd.
In ònze vlammen, op pinkstermorgen, zullen wijzelf wellicht ook een Stem kunnen horen. Eentje met een boodschap. En dan gaat het dus niet om de vlammen maar om de boodschap. En om het verstaan van die boodschap. Wij kunnen dat. Met kerst horen we toch ook engelen zingen? Op Goede Vrijdag horen wij toch ook een roep? ‘Mij dorst!’ En op paasmorgen spreken gedaanten in witte kledij toch ook tot òns? Met Hemelvaart: óók een stem. ‘Ik laat je niet alleen’. Uit een wolk, nota bene. Dus. Met Pinksteren houden we daarom onze harte-oren des te meer gespitst. Want vanaf nu kunnen we leren de Geest te verstaan. Wat die u, jou en mij, ja, de hele gemeente, te zeggen heeft. Daarom is die verwondering nodig. Om ontvankelijk te worden voor die Stem in je hart. Jou wordt de weg gewezen. Een weg te gaan.
Laten we elkaar van harte toewensen dat we met z’n allen helemaal omver worden geblazen door verwondering. Dan kunnen we opstaan en samen op weg gaan. Want we verstáán dan die Stem en daardoor elkaar. Welke taal we dan ook spreken: door de Geest is het dat we bereidheid leren. Bereidheid om te gaan. Samen op weg. Zó tezamen dat er geen speld tussen te krijgen is. Geen scepsis. Enkel openheid naar elkaar; te allen tijde. Zodat de Geest ongehinderd kan zinderen in ons allen.
Gezegend Pinksterfeest! En ook voor daarna: blijf u verwonderen!
Maria Opgelder