Overdenking

     Het geluk van oude mensen  

ouderIn onze westerse wereld wordt niet zo positief over de ouderdom gedacht. Jong, mooi en succesvol is de norm. Het trieste daarvan is dat iedereen dan uiteindelijk verliest. Want als we zo gelukkig zijn om niet voortijdig te sterven, leven we in ons land tot lang na ons tachtigste levensjaar. Het valt niet te ontkennen dat bij het ouder worden een aantal dingen erg achteruit gaat. Het blad Psychologie beschrijft hoe dit geldt voor onze lichamelijke conditie en onze uiterlijke schoonheid. Maar ook voor ons geheugen en ons vermogen om nieuwe dingen te leren. Maar in datzelfde blad stond een opmerkelijk artikel over het geluksgevoel dat mensen ervaren. Tot mijn stomme verbazing kwam uit een onderzoek, gedaan in binnen- en buitenland, dat hoe ouder mensen worden, des te gelukkiger ze zijn. De meeste jongeren blijken wel tevreden met hun leven. In de twintiger jaren begint dat af te nemen en bereikt het een dieptepunt rond de veertig jaar. Vervolgens gaat de curve in onze vijftiger jaren weer omhoog en blijft die stijgen tot aan onze dood. In 2015 gaven hoogbejaarde Nederlanders hun leven een 9, terwijl jongvolwassenen bleven steken bij een 8-. Dat is toch niet het beeld dat de meerderheid van ons heeft van het-ouder-worden. Ook in de Bijbel laat een boek als Prediker geen positief licht over het-oud-worden schijnen. Hij schrijft Gedenk daarom je schepper in de dagen van je jeugd voordat de slechte dagen komen en de jaren naderen waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer. Maar er zijn ook andere geluiden. De kleine profeet Joël schrijft: Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen. En het zijn volgens Lucas twee hoogbejaarde mensen, de rechtvaardige Simeon en de profetes Hanna, die, na de herders en de magiërs, als eersten de koning van de vrede in Jezus zien.

Het blad Psychologie noemt overigens ook een aantal zaken die wij mensen positief ontwikkelen bij het ouder worden. Over het algemeen worden we dan meer beschouwend. We denken meer na vóórdat we oordelen. We scoren hoger op vriendelijkheid en op relativeringsvermogen. We staan meer open voor positieve informatie dan voor negatieve. Kortom: we worden wijzer. Toen ik als studente op kamers woonde bij een oude hospita vertrouwde ze mij eens toe wat de wijsheid was van waaruit zij leefde. Ik kan het in vijf woorden zeggen: Leven is rijpen voor God. Als jongere vond ik het moeilijk om de waarde van die uitspraak te beseffen. Maar later heb ik er nog vaak aan teruggedacht. Zeker in gesprekken met hoogbejaarde mensen die het nut van hun leven niet meer konden zien. Omdat ze zichzelf niet meer als nuttig beschouwden en niet meer van grote betekenis voor anderen.
Maar als ouder worden nu eens niet alleen verlies betekent maar ook innerlijk groeien voor het aangezicht van God? We ‘presteren’ waarschijnlijk niet veel meer in de laatste fase van ons leven. Maar betekent dat, dat ons leven waardeloos geworden is? Of kunnen we tegen de trend van onze tijd in gaan beseffen dat het in het leven ten diepste niet draait om wat we doen, maar om wie we zijn? Ik wil niets afdoen aan de pijn en het lijden die de ouderdom ook met zich mee kunnen brengen. Als kerk proberen we juist aandacht te hebben voor mensen voor wie de laatste levensfase heel zwaar en soms haast onverdraaglijk is. Maar dat neemt niet weg dat het belangrijk is om, als we jonger zijn, de ouderdom niet als een nachtmerrie te zien, die ons onvermijdelijk zal gaan overvallen. Maar als een periode die óók van grote waarde kan zijn. Omdat we, zoals mijn hospita dat omschreef, kunnen rijpen voor God! Momenteel dreigt in de coronacrisis het spookbeeld van triage. Dat er zoveel covidpatiënten zullen komen dat er geselecteerd moet gaan worden wie in aanmerking komt voor behandeling. En het meest voor de hand liggende criterium is dan de leeftijd. Hoe lastig dat zou worden blijkt wel uit het bovenstaande. Als de gemiddelde hoogbejaarde gelukkiger is dan veel jongere mensen, hoe kunnen we zijn of haar leven dan als minder waardevol beschouwen? En zelfs als er geen sprake is van geluk, hoe bepaal je de waarde van een mensenleven? De bekende dichtregels van Lucebert (1924-1994) geven in dit verband ook te denken: alles van waarde is weerloos, wordt van aanraakbaarheid rijk en aan alles gelijk. Dit gedicht begint met de woorden De zeer oude zingt. Het is dus een lied van een hoogbejaarde, die is gaan inzien dat juist weerloosheid in deze harde wereld van macht en succes van grote waarde is. Dat zal dan zeker ook gelden voor weerloze, kwetsbare mensen. Zij zijn aanraakbaar, nodigen uit tot aanraken en als dat plaatsvindt is er geen ongelijkheid meer. Dan kan ieder mens-zijn op de eigen, unieke wijze. Het wordt tijd dat we stoppen met het verheerlijken van jong-zijn. En dat we iedere levensfase op de eigen waarde schatten!

Ds. Susan Karreman