Overdenking

Schaapje van de kudde, maar geen kuddedier

Dit overdenking, omvat een behoorlijk lange periode. Het volgende komt namelijk pas uit op 4 juni. In deze periode vallen Hemelvaartsdag en Pinksteren, twee wonderlijke feesten op onze kerkelijke jaarkalender. Eigenlijk net als alle andere feesten die wij in de kerk samen vieren. Of samen… we mogen natuurlijk al meer dan een jaar niet samen zijn. Misschien ook met Hemelvaart en Pinksteren nog niet, al is dat nu ik dit schrijf nog helemaal niet duidelijk. Maar gééstelijk zijn we samen, vormen we samen een gemeente. Niet zomaar een club mensen, maar een gemeente van Christus -en in die betekenis van het woord: schaapjes van Zijn kudde. Die dus samen wonderlijke feesten vieren. Een Koningskind… geboren in een stál. Hij wordt omgebracht… maar verrijst uit de dood. Hij verschijnt in ons midden… terwijl de kerk op slot zit. Hij is in het onzienlijke… maar zal terugkomen. Hij zendt ons van daar Zijn Geest in de vorm van vurige vlammen, die ons niet verteren… maar ons juist bezielen tot nieuwgeboren leven.

schaap

Wonderlijke feesten met een boodschap die ons tot verwondering brengt. Het gaat om geheimenissen die ons gegeven zijn. En geheimenissen kun je kapot redeneren; maar je kunt ze ook als zodanig ontvangen en overdenken wat ze ons te zeggen hebben.

Ook in dit wonderlijke jaar, waarin we overvallen werden door corona en door politieke crises in ons eigen land en wereldwijd, doen we dat. De vraag die in deze overdenking beantwoord wil worden luidt: “Wat hebben onze feesten ons eigenlijk precies te zeggen?” En daarbij richten we ons vanwege de tijd van het jaar dan expliciet op Hemelvaart en Pinksteren: de Heer onttrekt zich aan onze fysieke ogen en zendt ons Zijn Geest om ons te troosten. Maar niet alleen ontvangen we troost. We worden er met een taak, een opdracht op uitgestuurd. We worden aan het werk gezet. Eerst hebben we onderricht gehad, het leven kregen we door Hem voorgeleefd, maar nu moeten we zelf gaan geven wat ons gegeven is.

Wie van ons weet precies onder woorden te brengen wat hem of haar gegeven is? We kijken terug op sterven en verrijzen, Goede Vrijdag en Paasmorgen. Rond het sterven van Jezus barstte het van verraad, verloochening, manipulatie en volksgekte. Want scandeerde niet heel het volk op Palmzondag “Hosanna!!!”, en een paar dagen laten “Kruisig Hem!!!”? Niemand die een echt zinnige beschuldiging tegen Hem had kunnen formuleren, maar Kajafas zat daar niet zo mee. Hijzélf wilde Jezus weg hebben en hij hitste het volk én Pilatus zo sluw op dat ze collectief zijn wil volgden zonder in de gaten te hebben dat ze dat deden door Kajafas’ toedoen, laat staan dat ze de jaloezie van de hogepriesters in de gaten hadden (Marcus 15: 10). Ze hadden niet in de gaten dat ze werden gemanipuleerd en in de verkeerde kudde waren terechtgekomen.

Ons christelijk geloof laat ons zien wat de gevaren zijn waaraan we bloot staan als we bij de verkeerde herders terechtkomen. We worden dan kuddedieren die geen eigen verstand hebben, geen eigen kritisch vermogen. Die desondanks menen het zelf het beste te weten, terwijl we zonder pardon door ophitsers in een hoek gedreven worden waar diezelfde hitsers ons willen hebben, een hoek waarin we als was in hun handen zijn. Zelfs de volgelingen waren weggevlucht toen het er op aankwam; behalve Petrus dan, die Jezus toch nog volgde tot op de binnenplaats van het huis van Kajafas; maar we weten allemaal ook van die haan die even later kraaide.

Ons christelijk geloof roept ons op om wakker te blijven. Om te waken, waakzaam te zijn, ook in tijden van corona en als politieke conflicten en theorieën ons nota bene uitgerekend op Goede Vrijdag om de oren vliegen. Uit de Bijbelverhalen over Goede Vrijdag weten we hoe moeilijk dat is, waken en waakzaam zijn.

Maar er is hoop! Na Goede Vrijdag kwam Pasen! En nu krijgen we Hemelvaart en Pinksteren: we worden bekrachtigd om de opdracht die ons gegeven is, waar te gaan maken. Het vuur zal opvlammen, we zullen tot het einde der aarde gaan. Maar laten we gewoon beginnen daar waar we zijn. In ons eigen gewone leven van alledag. Daar hebben we onze handen al meer dan vol aan. Om niet mee te gaan met de oordelen die de hitsers, je zou ook kunnen zeggen: de slechte herders, over ons uitstorten. Aan Kajafassen en Pilatussen geen gebrek, Barabassen worden vrijgelaten waar onschuldigen worden veroordeeld.

Wolven zijn, zoals we allemaal weten, een groot gevaar voor elke schaapskudde. Zonder goede herder zal de wolf de kudde uiteen weten te drijven, zal de kudde geen aaneengesloten front meer zijn, ziet de wolf zijn kans schoon toe te slaan. Dan is het gebeurd met de kudde.

Er is niemand die ons vertelt wie wolf en wie schaap is. Niemand die aanwijst wie Kajafas is. Of Pilatus. Of een hogepriester of een lid van het Sanhedrin. Of een onschuldige. Wij moeten, ieder voor zich, daarover zélf een mening vormen.

Dat we kritisch zijn. Maar bovenal vol van genade. Want met Pinksteren worden we gezegend met vuur dat nooit meer dooft, met genadevuur, aangevoerd door de Geest die ons onderscheidingsvermogen geeft. Opdat wij samen en in vrede kunnen leven en rechte paden recht houden.

Laten we elkaar als het zover is een gezegend Pinksterfeest toewensen, elkaar beluisteren én verstaan, en ons realiseren dat wij schapen van Zijn kudde zijn. En geen kuddedieren die zich door slechte herders van God naar her laten sturen -want die zijn er al genoeg.

Maria Opgelder