Overdenking

De ogen van Salomon en Hemelvaart

salomonSalomon is groot voor zijn leeftijd. Een stevige en lange jongen van tien.
Een stoere uitstraling heeft hij ook. Met zijn baseballpet en zijn afgeknipte spijkerbroek. Maar kijk niet naar zijn ogen. Kijk niet écht goed naar zijn ogen. Want dan zou je schrikken. Maar wie kijkt er nu écht? Wie wil écht zien? Salomon maakt zich er geen zorgen over. Zorgvuldig houdt hij zijn imago van stoere jongen in stand. Alleen als er een trigger komt, dan lukt dat niet. Een harde stem, een onverwachte duw…en Salomon verstart en krimpt ineen. Wat is er? vragen zijn vriendjes dan soms. Maar onmiddellijk herstelt hij zich en maakt een grap. Hij hoort bij die grote, onafzienbare groep van kinderen die niet veilig zijn. Die thúis niet veilig zijn. Niet voor niets draagt hij altijd shirts met lange mouwen en mee naar het zwembad gaat hij nooit. Sinds kort gaan ze weer naar school. Ondanks dat het virus nog niet weg is. En dat is maar goed ook, want tot dat moment was het leven voor Salomon echt niet leuk. Veel mensen zijn bang, vanwege dat virus. Salomon niet. Hij kent grotere angsten. Hij is al in de hel geweest. Sterker nog, hij verbleef er zo’n beetje dag en nacht, toen de school nog dicht was. In die tijd werden sommigen van zijn vriendjes wel eens door de juf gebeld. De school deed echt alles om met de kinderen in contact te blijven. Bij Kees belde de juf zelfs een keer aan. Maar niet bij Salomon. Hij komt uit een goed gezin. Bij de onlinelessen was hij er altijd bij. Zijn moeder is klassenouder en zijn vader is zo handig met zijn handen. Laatst heeft hij een kippenhok voor op het schoolplein gebouwd. Een superman, die vader van jou, zei een meester nog tegen hem, vlak voordat de school dichtging. Zijn moeder is lief en zijn kleine zusje ook. Maar ze doen niets. Ze kúnnen niets doen. Ze durven niet. Dus Salomon is alleen. Een vader zijn, dat is iemand die erop los slaat. Zomaar, uit het niets. Je weet nooit wanneer. En je weet nooit waarom. Het moet dus wel aan jou liggen, denk je dan als kind. Jouw zusje slaat hij niet. Jouw moeder maar heel soms. Jij bent dus niet goed, al weet je niet waarom. En dan ga je naar buiten, heel vaak. En als je hem ziet lopen, dan zie je zo dat Salomon nergens bang voor is. Toch is hij bang voor iets: het huis twee deuren verderop. Hij rent er meestal snel voorbij. Want daar woont een vrouw die vaak in haar voortuin aan het werk is. En als Salomon voorbij komt roept ze hem soms. Met tegenzin gaat hij dan naar haar toe. En dan kíjkt ze, haar ógen. Laserogen lijken het wel. Alsof ze dwars door hem heen kijkt. En ze stelt rare vragen: Gaat het wel goed met je jongen? Ben je wel gelukkig? Is het gezellig voor jou thuis? Geen enkele volwassene heeft ooit zulke stomme vragen aan hem gesteld. En als hij probeert te doen wat hij altijd doet, een grapje maken, dan kíjkt ze alleen maar. Met een lieve glimlach, dat wel. Je kunt altijd bij me aanbellen, zei ze de laatste keer. En ze keek bezorgd. Zeker weten dat hij dat nooit zal doen.
Dit is een tijd van vertraging. Van op onszelf teruggeworpen worden. Kan het ook een tijd worden waarin we dieper leren kijken? Toen het volk Israël in Egypte leed onder de slavernij, zei God tegen Mozes: Ik heb gezién hoe ellendig mijn volk in Egypte eraan toe is. Kunnen ook wij leren de ander echt te zien? Het kind in jouw straat, de buurvrouw, de oudere man verderop. Als je écht gaat kijken dan ga je veel zien.
Ogen zijn werkelijk spiegels van de ziel. Maar je moet wel durven. Want naast vreugde en levenslust kun je ook pijn gaan zien. En kun je dat aan?
Wil je dat aangaan? Het is bijna Hemelvaart. De dag van de diepe verlatenheid. Want dat er ook een Pinksterfeest zou komen met een niéuwe lading, dat wisten de leerlingen van Jezus toen nog niet. Of Salomon ooit zal aanbellen bij het huis twee deuren verderop is onzeker. Zijn leven zou je één grote Hemelvaartsdag kunnen noemen: één grote verlatenheid. Maar misschien zal hij, als het té erg wordt, zich een lieve glimlach herinneren. En rennen, zo hard als hij kan, naar het huis twee deuren verderop. Dan zal er troost in zijn leven komen, een klein beetje Pinksteren!

Ds. Susan Karreman