Overdenking

Spiegels voor de ziel
In Bijbelverhalen ligt veel verscholen. Heel het menselijke leven komt erin tot uitdrukking.  Je kunt jezelf er soms in herkennen. Je eigen levensverhaal zie je opeens, als je er bij stilstaat, weerspiegeld worden. Andersom kan ook. Een Bijbelverhaal kan iets in je aanraken, een gebeurtenis die je leven op de kop heeft gezet, die je je zekerheden heeft ontnomen. Of een Bijbelverhaal raakt een diep en intens verlangen in je aan, een verlangen naar eenheid, of naar eenvoud. Daarom is de Bijbel zo’n rijk boek. Het verhaalt ons over de weg die de Eeuwige met mensen gaat. En over de weg die mensen gaan met de Eeuwige. En met elkaar. Ongelooflijk is het, dat al die zeer oude verhalen (want ook de laatst geschreven verhalen zijn al oud) zóveel zeggingskracht hebben dat ze zelfs in onze tijd, en in onze levens, nog altijd tot steun, tot troost kunnen zijn. Dat ze een uitdaging kunnen vormen bij het gaan van onze levensweg. Dat ze ons wijsheid kunnen aandragen bij het bepalen van keuzes die wij soms in ons leven moeten maken.

afbeelding bij de Overdenking_001 spiegels

Nemen we het verhaal over het gevecht van Jacob bij de Jabbok (Genesis 32). De krachtige Jacob wordt in dit verhaal aangeraakt aan zijn heup. Zijn fysieke gestel wordt ontwricht. Daarmee moet hij verder. En hij wordt gezegend en krijgt een nieuwe naam. Want zijn levensgevecht is hij niet uit de weg gegaan, alles heeft hij gegeven om overeind te blijven. Hij gaf niet op. De moed liet hij niet zakken. En ook nu hij verder moet met zijn ontwrichting gaat hij met opgeheven hoofd zijn toekomst tegemoet. Een enorme kracht valt je ten deel wanneer je in dit verhaal herinnerd wordt aan je eigen gevecht met wat het leven je bracht. “Geef niet op, houd moed, ga door, met alles wat je verloor en ontving”, fluistert het verhaal in je oor.

Nemen we het verhaal over Jezus die de kinderen zegent. “Verhinder het hen niet”, zegt Hij, als de discipelen de kinderen bij Hem weg willen houden. De discipelen dénken dat Jezus zich verstoord zal voelen door de spontane drukte die kinderen nou eenmaal om zich heen verspreiden. Wij leren hier de levensles dat de onbevangenheid, de eenvoud van kinderen een rijk voorbeeld voor volwassenen is. “Juist van hén is het Rijk”, zegt Jezus. Hoe vrij en onbevangen kan dat ons eigen hart maken!

Nemen we reisverhalen zoals het verhaal van Hagar en Ismaël die worden weggestuurd, een ongewisse toekomst tegemoet, maar bevrijd van afgunst, haat en nijd. Ze moeten zich een weg zoeken, dwars door de woestijn die het leven soms is. “Ga op weg”, wordt in ons oor gefluisterd, “ga op weg, hou niet vast aan wat niet kan maar loop tegemoet wat wél kan”.

Nemen we het verhaal over Mozes die de stenen tafelen met de Leefregels ontvangt. Diezelfde Leefregels brengen tot op de dag vandaag nog altijd ordening in onze chaos. “Heb je naaste lief”, klinkt het in ons oor. Dat leert ons om te ontsnappen aan donderwolken die ons boven het hoofd hangen wanneer we ons verliezen in het schrijven van- of het onderworpen zijn aan ongeschreven regels die de pikordes tussen mensen onderling bepalen. En in ons hart ontvangen we hier de boodschap dat niet macht maar liefde de leidraad mag zijn: Heb Gód lief bovenal, en je naaste. Want die is zoals jij.

Het zijn zo een paar verhalen. Talloze andere verhalen hadden hier kunnen staan. Want je kunt avond aan avond met elkaar praten over de betekenis die deze verhalen voor je hebben. Hoe mooi is het dat dat kán. En hoe mooi is het dat je in zulke gesprekken elkaar opeens op een heel andere manier leert kennen. Hoe mooi is het als je elkaar opeens een blik gunt in je eigen ziel. Als een andere ziel zich zomaar voor je opent. Er ontstaat beweging. Want daar gebeurt het wonder van de verbinding, de verbondenheid met elkaar. Als je in beweging komt kun je elkaar naderen. Nader tot elkaar komen –en tot God. De weg die Hij gaat met ons en wij met Hem ligt voor ons open. Dat we gáán! Want juist in het gaan, in de beweging, ligt de toekomst. Samen zijn we op weg, als geloofsgemeenschap. En die verhalen begeleiden ons. Ze laten ons zien van hoeveel belang het is dat we zó naar elkaar leren kijken dat we elkaar ook daadwerkelijk zien. Dat we aandacht voor elkaar hebben. Dat we elkaar van steun en troost en kracht kunnen voorzien. Opdat we ons op zielsniveau spiegelbeeldig mogen weten aan elkaar.

Ook in de maand die voor ons ligt kunnen we dat gebruiken, als we onze dierbaren gedenken die ons zijn voorgegaan, over de grens van leven en lijden heen. Soms is ons verlies nog heel recent. Soms is het al van jaren her –maar dagelijks in ons hart. Dat we dat zien. Dat we er aandacht voor hebben. Dat we bij elkaar beluisteren wat in ons leeft. Ook als er eigenlijk geen woorden voor te vinden zijn.

Maria Opgelder