Orgel’s Oude Kerk

Rijswijksche Christenschaar! Verhef met blijde Psalmen
De hoogste Majesteit, bij’t kunstrijk Orgelspel.

De Oude Kerk beschikt over twee orgels: een 18de-eeuws instrument van de hand van Joachim Reichner en een koororgel dat is in 1968 gebouwd door Hans Winkelman.
De situatie vóór 1786
Al rond 1500 is er sprake van een orgel in de kerk, dat weten we uit oude archiefstukken. Het is verloren gegaan, mogelijk bij de brand van 1576. We weten zelfs de naam van een organist: in de kerk ligt nog de grafzerk van Cornelis van der Does, ‘orgelist’, overleden op 29 mei 1555.
Orgel Oude Kerk (1)Rond 1572 ging de kerk in protestantse handen over. In het algemeen bestond er na de reformatie weerzin tegen het instrument en was een voorzanger voldoende om de gemeente bij de zang te begeleiden. Waarschijnlijk was er in de 17de eeuw geen orgel in de kerk, maar dat bleek uiteindelijk geen succes. Rond 1736 vragen schout en kerkmeesters van Rijswijk aan hun ambachtsheren in Den Haag of er een orgel mag worden gekocht vanwege het “elendig en gedurig confuus singen” en omdat “een seer groot getal van alderhande soort van menschen in het singen door geen orgel bestiert werdende het ordentelijk maet houden bijna onmogelijk maakt.”
Het duurt echter nog vijftig jaar voor er daadwerkelijk een orgel in de kerk komt dankzij een legaat van Cornelia Schellinger.

Een nieuw orgel
Zij was de gefortuneerde weduwe van raadpensionaris Pieter Steyn en woonde na diens dood op haar buitenverblijf Ypenburg. Na haar overlijden in 1783 bleek dat zij in haar testament
ƒ 8000 aan de kerk had vermaakt voor een nieuw orgel, onder voorwaarde dat de op de orgelkas de familiewapens Steyn en Schellinger zouden worden geplaatst en dat de schout/secretaris Hendrik Ravesteyn de leiding van de bouw op zich zou nemen.
Uit diverse offertes werd Joachim Reichner als orgelbouwer gekozen. Deze in Zwitserland geboren vakman genoot al enige lokale bekendheid door zijn nieuwe orgel in de Abdijkerk van Loosduinen. Op 21 mei 1786 werd het Rijswijkse orgel in gebruik genomen en aan die dag herinneren twee borden in de torenomgang. Willem van der Meijden was de eerste organist.

Aanpassingen in de tijd
In de late 18de eeuw is het rococo in zwang. We kunnen dit in de Oude Kerk zien aan de ornamenten in Louis-XVI-stijl. Ook de mogelijkheden van het orgel waren bij de tijd: het moest voldoen aan “het opgaan in speelse mijmerijen in klanken, in bekoorlijke af- en aanzwellingen”.
In de loop der jaren is de registratie aangepast. Het is boeiend in Winkelmans boek het orgeljargon te lezen waarin deze zijn beschreven. Als voorbeeld restaurateur Lohman in 1839:
“Door de werking van de slepen op de windladen blijft het regeerwerk somtijds eene merkbare tegenstand in deszelfs bewegingen ontmoeten.” Winkelman gruwt bij de gedachte dat het voorstel van orgelmaker Spiering in 1926 zou zijn uitgevoerd: “het zou tot vernietiging van het Reichnerorgel hebben geleid.” Herstel was overigens wel noodzakelijk omdat het aanbrengen van heteluchtverwarming bij de kerkrestauratie van enkele jaren eerder voor het orgel schadelijk was gebleken Het duurde echter tot 1952-1953 dat de gewenste werkzaamheden door de fa. Flentrop plaatsvonden, maar in 1928 was wel de windaandrijving veranderd, waardoor de orgeltrapper overbodig werd..
In de jaren 1975-1976 was een volgende reparatie noodzakelijk, waarbij gestreefd werd de oorspronkelijke situatie van 1786 recht te doen. Ook deze werd door de fa. Flentrop uitgevoerd.

Orgel Oude Kerk (2)Organisten
Langdurige bespelers waren Joh. van Reeven (1878-1913) en M.J. Visser (1920-1960).
Vaste organisten na 1964 waren Johann Th. Lemckert (tot 1969), George Stam (1969-1993) en is nu Henny Heikens, die elke tweede zondag van de maand na de dienst een kort orgelconcert geeft. In 1995 nam hij een cd op met orgelmuziek uit de tijd van Reichner.

Hans Winkelman en het koororgel
Hans Winkelman (1924-2006) was niet alleen archivaris van de (hervormde) kerk, hij was ook een gepassioneerd orgelliefhebber en van 1954 tot kort voor zijn overlijden tweede organist. Eind jaren ’60 bouwde hij thuis een pijporgel, dat eerst dienst deed in de pasgebouwde Verzoeningskerk en later een plaats kreeg in het koor van de Oude Kerk.
Het wordt gebruikt bij vieringen in het koor en bij diensten van Schrift en Tafel.

Literatuur:
H. Winkelman – Het Reichner-Orgel in de Oude Kerk te Rijswijk (ZH) [1985]