Wij gedenken

Wij gedenken… Jelly (Jeltje) van Vliet-van Eck

bloesem
Op zaterdag 13 november overleed Jelly, in de zekerheid dat zij op Handen gedragen werd -als op de vleugels van een arend, naar dat land van louter licht, waar zij ook haar geliefde echtgenoot, Arend, wist. Heel haar sterven was eigenlijk één groot dankgebed aan de Eeuwige, voor haar mooie en rijke leven, voor de liefde, voor de muziek, voor creatuur, voor het geluk.
Tijdens de Afscheidsdienst, op 20 november, in de aula van Eikelenburg, luisterden we onder meer naar een lied van Johan de Heer: Grijp toch je kansen. Dat lied was Jelly op het lijf geschreven. Niet alleen vanwege gegeven en in vreugde ontvangen levensmogelijkheden, maar ook -en misschien wel vooral- vanwege het getuigenis dat uit dit lied spreekt over al wat in het leven gedaan, tot stand gebracht, gearbeid mocht worden… in liefde. Jelly wist: leven in liefde is een arbeidzaam leven; het wordt je niet in de schoot geworpen, je moet het zelf tot stand brengen. Door steeds opnieuw te kiezen voor die liefde en daar naar te handelen. Over die liefde lazen we uit 1 Korinthe 13: alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De kleinkinderen ontstaken kaarsen, er werden liefdevolle woorden gesproken door Jelly’s drie kinderen en door anderen. Mooie en warme muziek weerklonk. Aan het graf is het Onze Vader gebeden en het prachtige beeld van de arend, uit Jelly’s tuin, was daarvan de stille getuige.
Jelly is echt naar huis gegaan. Zo stond het ook op de kaart.

‘Als je je voet op een andere oever zet
en het blijkt de hemel te zijn,
als je dan door een Hand wordt aangeraakt
en het blijkt Gods hand te zijn,
als je dan muziek hoort
en het blijken engelen te zijn,
dan ben je niet heengegaan
maar naar huis gegaan’.

Wij bidden de kinderen en de verdere naaste familie en vrienden de nabijheid van de Eeuwige toe.

Jelly’s naam is bijgeschreven op het steentje van Arend en legt gewicht in de schaal in de Oude Kerk.

Maria Opgelder

 
Wij gedenken…  Kees (Cornelis) Rog

lucht
Op donderdag 14 oktober overleed Kees in rust en vrede, in overgave, zich veilig wetend in Jezus’ armen, waarvan hij kort voor zijn heengaan nog zong, samen met zijn vrouw Helga en hun kinderen, die rondom zijn bed geschaard stonden. Wat een intense en zegenrijke herinnering nemen zij dáár aan mee op hun verdere levensweg!

In de Dankdienst voor zijn leven op 21 oktober in de Nieuwe Kerk, lazen we Psalm 23. De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets. Over groene weiden en wateren der rust. Kees hield wel van groene weiden, maar veel meer nog hield hij van het water: de zee bij Scheveningen. Dat water bracht hem altijd rust, of het nou kalm en stil was of juist stormachtig met schuimkoppen op de golven in een donderende branding. Er klonk mooie muziek. Over hoe ongelooflijk het is als degenen die voor jou onvergetelijk zijn, zelf vinden dat jij onvergetelijk bent voor hén! En over dat je een belofte, een zomermorgen, een glimlach mag zijn voor elkáár. Er klonken zeer liefhebbende woorden van dochter Eline. Kleinkinderen plaatsten een zelfgeschilderd lichtje op de kist en ontstaken ook andere kaarsen, aan het licht van de Paaskaars, het Licht dat er heel het leven van Kees bij was, dat altijd en overal met hem ging. Daaraan wilde hij zélf ook niet ontbreken. Waar hij ging, ging hij met zijn geliefden, en met God. Daarvan zongen we in het slotlied. Ga met God en Hij zal met je zijn. Jou nabij op al je wegen, met Zijn raad en troost en zegen. Tot wij weer elkaar ontmoeten, in Zijn naam elkaar begroeten.

Wij bidden Helga en de verdere naaste familie en vrienden toe dat zij die troostende nabijheid van God ervaren in hun leven, als een engel in de nacht, als alles hen een raadsel is.

Het steentje voor Kees legt gewicht in de schaal in de Nieuwe Kerk.

Maria Opgelder