Tekst overdenking Vesper 29 april

Gemeente van Christus, lieve mensen,

De tijd waarin wij leven is nu al een tijdje ronduit bizar te noemen. Dat is het als we naar het Coronavirus kijken, en dat doen we veelvuldig. Is ook niks mis mee, maar het is natuurlijk niet alles. Want we leven ook in de periode vlak na Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan,  ook dàt is de tijd waarin wij leven. In zekere zin is het geloofsleven zelf, zo vlak na Pasen, eigenlijk ook wel een beetje bizar. Tegendraads. Tegen het normale in. Want Jezus is opgestaan uit de dood en Hij is verschenen aan Maria Magdalena, aan de hele groep volgelingen, aan de Emmaüsgangers, ja, zelfs aan Tomas -die de wonden wilde zien, waarop Jezus die daadwerkelijk aan hem toonde!

Je zou dan denken dat het leven, voor de volgelingen, dan wellicht weer gewoon verder kan gaan. Ze weten nu: Jezus leeft! Maar toch gebeurt dat niet. Ze lopen een beetje met hun ziel onder de arm en vragen zich af: wat nu, wat zullen we nu vérder gaan doen. En alsof er niets wonderbaarlijks in hun leven is gebeurd, vallen ze terug op hun oude leven van vóór Jezus’ tijd: ze zoeken hun vissersboten weer op en gaan als vanouds weer vissen.

Ze hebben pech, ze vangen niks. Hun gedeprimeerde gemoed wordt er niet vrolijker op. Maar opeens staat er iemand aan de oever van het meer, en roept hen woorden toe die nou niet meteen voor de hand liggend zijn: ‘gooi je visnetten eens aan de andere kant van jullie bootje uit’. De mannen kijken alsof ze het in Keulen horen donderen. Het net aan de andere kant uitgooien? Alsof dàt enig verschil maakt!

Maar dan zegt één van hen: ‘Het is de Heer’, en hij knikt met zijn hoofd in de richting van de man op de wal. En meteen wordt het gegeven advies opgevolgd en de netten strómen vol. Waarschijnlijk klonken het stemgeluid en de woorden van Jezus hen vaag bekend in de oren en herinnerden zij zich een eerder moment, in een soortgelijke situatie, en met een soortgelijk advies. Dat was drie jaar eerder, toen de vissers als discipelen door Jezus geroépen werden, zoals beschreven staat in Lukas 5. Toen was het advies alleen niet om de netten over de andere boeg te gooien maar om dieper water op te zoeken.

Gooi het eens over een andere boeg met die netten! Ga eens in dieper water zoeken! Wat zou dan die andere boeg en dat diepere water zíjn? Heeft Pásen hierover – -midden in deze tijd van isolement en afstand- ons iets te zeggen?  Sterker, biedt Pasen ons een ware kàns ons leven in de kern ‘over een andere boeg’ te gooien? En hoe dan?!

Wellicht vinden we een antwoord als we het verhaal verder tot ons laten spreken. De vissers brengen de vis aan land en Jezus zit klaar bij een vuurtje met brood en vis. Samen beginnen ze aan de maaltijd.

En tijdens de maaltijd stelt Jezus tot drie keer toe de vraag aan Petrus: heb je Mij waarlijk lief? Natuurlijk voelt Petrus zich ongemakkelijk, hij denkt meteen terug aan de nacht van Jezus’ gevangenneming, die nacht waarin hij tot driemaal toe zijn verbondenheid met Jezus verloochende. Maar Jezus zegt daarover geen woord. Integendeel, hij geeft Petrus de kans zich te rehabiliteren! Ja, Heer, ik hou van u, stamelt Petrus, tot drie keer toe.

Wij hebben de neiging om dat alsvolgt te lezen: Petrus heeft Jezus driemaal verloochend, en nu krijgt Petrus dat, weliswaar liefdevol, driemaal op zijn bordje terug. Maar staat dat er wel? Of is de boodschap van Jezus nòg liefdevoller dan we denken? Hij zegt namelijk niet: ‘Ik vergeef je’, nee, Hij zegt: ‘hoed mijn schapen en weid mijn lammeren’.

Eigenlijk zegt Hij: ‘Ik weet wat er gebeurd is, Ik ga dat niet uit de weg, maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat, is dat je er zijn mag en dat je nog prachtige dingen te doen hebt. Hoed mijn schapen. Weid mijn lammeren’.

Dat is de boodschap van Pasen, midden in deze Coronatijd. Gooi af wat er misgaat in jouw leven, en richt je op wat het leven wèl te bieden heeft en voor jou –ook vandaag- in petto heeft. Wat je kunt betekenen voor alles en allen om je heen.

Dus hoe liefdevol wordt daar, bij dat kampvuurtje met vis en brood aan het meer, verbondenheid gevierd!

Na Pasen leven wij dus dès te meer in verbondenheid, met Hem en met elkaar, dat is de mooie boodschap van deze dag. Ook al zien we elkaar niet, zoals ook Jezus en de discipelen elkaar toen niet meer in hun dagelijkse bezigheden zagen, toch hebben wij die onderlinge verbondenheid, ook met elkaar. En al zijn wijzèlf  degenen die daarvoor moeten zorgen, het wordt ons bovenal gegéven. Ook als òns dagelijks leven uit balans is. Ook als ònze dagelijkse zekerheden onderuit geschoffeld zijn. Ook als òns gemoed belast en beladen is. En dan mogen wij ook nog eens weten: wat we verder nog tegemoet gaan in deze moeilijke periode van ons leven -elk van ons op zichzelf en wij samen als geloofsgemeenschap-: ons geleidt de hand van de Heer. Dat we daaraan vasthouden, en het met onze netten over die àndere boeg, in dieper water gooien.

Amen

 

Pastor M. Opgelder

 

Ook te downloaden tekst overdenking Vesper 29 april
voor verdere verspreiding.