Pastor

Lieve mensen,
Hoe het zal zijn als u dit leest, weet niemand, maar op het moment van schrijven van dit stukje, dat was op 28 april, is de situatie waarin we leven nog altijd ronduit bizar te noemen. We hebben naar Pasen toegeleefd zonder elkaar te zien. Met Pasen zaten we allemaal thuis. Ook op Hemelvaartsdag en met Pinksteren zullen we elkaar niet ontmoeten. Elke zondag en op al die hoogtijdagen: onze kerken zijn gesloten.
Ondanks dat alles houden we elkaar vast, en wórden we ook vastgehouden, ook al voelen we dat misschien niet altijd even sterk. Maar het is te zien in alle initiatieven die tot stand zijn gekomen in de afgelopen periode. Velen zetten zich in om er wat van te maken en iets positiefs en krachtigs uit te stralen. Nieuwsbrieven, filmpjes van vieringen en de pastorale brieven van ds. Susan Karreman, de openstelling op gezette tijden van de Oude Kerk als open verbinding tussen God en mensen, praktische hulp waar nodig, en het klokluiden van onze beide kerken op de woensdagavonden (dat overigens op 29 april voor het laatst was), en de op het klokgelui aansluitende Vespers vanuit de Nieuwe Kerk. Daarvan was rechtstreekse uitzending de bedoeling maar dat lukte helaas niet elke keer even geruisloos, al laten we ons daardoor natuurlijk niet ontmoedigen.
Bémoedigen, dáár kiezen we voor! Het is hartverwarmend om te horen hoe mensen bezig zijn om iets te doen voor anderen. We bellen of beeldbellen met elkaar, we sturen elkaar eens een kaartje, we bidden voor elkaar, en zo blijven we op de been. Dat is een vraag die ik in telefonische pastorale gesprekken regelmatig stel: wat houdt u op de been? En steevast vertellen mensen dan dat ze met open oog, oor en hart zich verdiepen in anderen, voor wie het leven nog een stuk moeilijker is dan voor henzelf. Denk maar aan al die mensen die in andere landen onder geen voorwaarde de straat op mogen, die in kleine appartementjes wonen met grote gezinnen, of aan sommige Afrikaanse landen waar mensen honger beginnen te lijden, óók omdat ze niet naar buiten mogen, en omdat ze geen geld meer hebben, geen werk meer kunnen vinden. Of aan de grote vluchtelingenkampen, waar zelfs kinderen zonder ouders zich een weg moeten zoeken.
Als je naar je eigen leven kijkt vanuit het perspectief van anderen met dergelijke grote problemen, dan verandert er iets: je kunt dan zelfs dankbaarheid voelen voor hoe het met je eigen leven is gesteld momenteel. We leven in vrede, we lijden geen honger, we hebben een dak boven ons hoofd. En zo blijven we op de been: door te relativeren, zónder de problemen te bagatelliseren, en door te proberen met liefde iets te doen voor die anderen.
Zo is het ons voorgeleefd, zo willen wij navolgen. Op de been blijven en een ander weer op de been helpen als dat nodig is. Opstaan, doorgaan, voortgaan. Zo moet het. Want het is Gods goedheid die ons staande houdt (Psalm 107)! Laten wij dan doen wat wij kunnen en de lófzang gaande houden!

Maria Opgelder