Kerkelijk werker

In de kerk van de eerste vier eeuwen van onze jaartelling is door verschillende kerkvaders gewerkt aan het ontwerpen en toepassen van een methode waarmee nieuwe kerkelijke belangstellenden werden begeleid: de mystagogie. Met deze methode beoogden deze kerkvaders elke nieuweling te bepalen bij zijn of haar persoonlijke weg in het geloof. Er werd niet verteld wat de kerk geloofde, maar er werd gevraagd naar de nieuweling zelf. “Wat beweegt je? Waar verlang je naar? Hoe ervaar jij God in je leven?” waren vragen die aan de orde werden gesteld. De nieuweling, die myste (leerling) werd genoemd, werd op deze wijze in de gelegenheid gesteld om de eigen geloofsweg te verkennen en te betreden. Daarbij werd veel aandacht besteed aan het verbinden van die weg met het gewone, alledaagse leven. Zo verankerde het geloof zich diep in de leerling. De begeleider, die mystagoog werd genoemd, had tot taak om zorgvuldig en met intense aandacht de leerling te volgen in diens ontwikkeling, en zonder hem iets op te leggen hem naar ‘grazige weiden’ te leiden.
De vraag of de kerk in onze tijd iets zou kunnen met deze oude methode boeit mij. Ik heb er het afstudeeronderzoek voor mijn theologische opleiding aan gewijd, en ben daarin tot de slotsom gekomen dat de positie die de kerk innam in de methode van de mystagogie, vernieuwend kan werken in onze huidige tijd. Daarbij gaat het vooral om hoe de kerk zich destijds opstelde ten opzichte van de mensen: vragend, luisterend, de ander centraal stellend. Het zou heel goed een weg kunnen zijn die voor de kerk van nu, in haar eigen zoeken naar vernieuwing zoals dat momenteel gaande is, zeer bruikbaar kan blijken.

Met een hartelijke groet,
Maria Opgelder