Diaconaal werker

Kerkasiel
Vrijdagmorgen, 7 december, 7 uur. Op persoonlijke titel zal ik voorgaan in de dienst ten bate van het kerkasiel.  Ik stap samen met mijn bevriende collega de Bethelkapel binnen, waar op dat moment al meer dan 1000 uren een kerkdienst gaande is. En dan te bedenken dat er mensen zijn die op de zondagmorgen vijf kwartier al te lang vinden!
De dienst eindigt niet met degene die ons voorging, maar wordt aan ons doorgegeven door middel van een handdruk. De Paaskaars blijft branden en wij zetten onze liturgie in met woorden over licht van God, dat hier brandt, Gods stem die ons roept.
Drie uren vullen we met drie vieringen die vloeiend in elkaar overlopen.
Thema’s: Licht, Ontmoeting, Hoop.
.
De familie waarvoor deze Paaskaars brandend wordt gehouden zien wij niet.
Ze verblijven in de woning boven de kapel en nemen elke dag wel deel aan een paar vieringen, maar zitten natuurlijk niet de hele dag in de kerk.
Waarom doen we dit? Heeft het zin? Ondermijnen we de rechtsstaat? Mag de kerk zich wel hierin mengen? Deze vragen worden gesteld en dat is goed, want het houdt ons bij de les.
Er zijn ook positieve reacties. Een overbuurman van de kapel bijvoorbeeld sprak ons aan toen we naar buiten kwamen en vertelde dat hij het heel goed vond, wat daar gebeurde. Ook gemeenteleden hebben hun steun uitgesproken.
We hopen dat de familie die kerkasiel heeft gekregen mag blijven én met hen een hele grote groep kinderen die geworteld zijn in Nederland. We hopen ook dat de procedures waar asielzoekers mee te maken krijgen worden verbeterd, lees: versneld.
Zodat mensen niet meer jaren zitten te wachten en te hopen zonder uitzicht.
En kinderen kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen in een veilige situatie.
Psychiatrisch onderzoek heeft laten zien dat kinderen blijvend beschadigd worden, niet alleen door hun traumatische ervaringen in het land van herkomst (sommigen zijn in Nederland geboren), maar ook door alle onzekerheid en het steeds maar weer overgeplaatst worden van azc naar azc. Het is in strijd met de Rechten van het Kind, zoals die zijn overeengekomen door de Verenigde Naties in 1990.

Kerk – dat is navolger zijn van Jezus Christus, die in de lijn staat van de oudtestamentische profeten met als belangrijkste verkondiging: doe recht. ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.’ (Micha 6:8) En dan loopt daar doorheen nog de rode draad van het omzien naar de mensen die zwak zijn, die geen verweer hebben.
Waar het recht in het geding komt, waar een overheid haar opdracht lijkt te vergeten om op te komen voor zwakken en verdrukten, daar moet, zo vind ik, een geloofsgemeenschap  profetisch spreken en handelen.
Niet om de rechtsstaat te ondermijnen, maar om hem opnieuw te grondvesten.
Wat de doorlopende kerkdienst betreft, soms zitten er twee mensen in de kerk, soms twintig. Maar de hoeveelheid blijkt er niet toe te doen. Op het moment dat je met elkaar de liturgie viert gebeurt er iets, je wordt geraakt, door de teksten, de muziek, de stilte, het samenzijn voor Gods aangezicht. En daarmee wordt het zoveel meer dan een actie die je voert: samen word je betrokken op het Geheim dat ons leven draagt.
Het gebed daar, het gaat maar door, zoals in sommige kloosters de eeuwigdurende aanbidding altijd maar door gaat en de wereld van pijlers voorziet.
Ik zou bijna zeggen: zoiets zou er altijd moeten zijn. Eeuwigdurende aanbidding: ons leven voor Gods aangezicht plaatsen door alles heen wat er gebeurt.

Mocht het nodig zijn, helaas, dan zal er nog een dienst worden geleid door ons samen. Een prachtig gedicht gebruikt in de liturgie treft u hieronder,

Redding,           Huub Oosterhuis

Er zal nooit, nergens
een begin van redding zijn
als niet ten minste één mens zegt
‘hier ben ik’
en ziende om zich heen
zoekt of er nog één is, nog twee of drie
met vonken licht ‘hier ben ik’
in hun ogen.

In diepe nacht – geen ster te zien
geen engelenzang te horen –
zullen zij gaan
om wat misschien nog kan,
te hopen valt, te redden is

één vluchtkind kantje boord
voorgoed geboren.

Diaconaal werker Therese van Kampen.