Cantatedienst

Cantate in de Nieuwe Kerk

Op zondag 30 september 2018, aanvang 10.00 uur.
Van Georg Philipp Telemann wordt uitgevoerd:
Ich schaue bloß auf Gottes Güte, TWV 1:0859

De medewerkenden zijn:
Anja Schulze, mezzosopraan
Instrumentaal ensemble
o.l.v. cantor-organist Philip Meijer
Voorganger: ds. L.S. Karreman

Cantate van Telemann voor de 18e zondag na Trinitatis.

Georg Philipp Telemann werd geboren op 14 maart 1681 in Maagdenburg en overleed op 86-jarige leeftijd op 25 juni 1767 in Hamburg. Hoewel hij als kind en tiener al muziekles had wenste zijn moeder dat hij in Leipzig rechten ging studeren. Tijdens die studie werd hij echter toch al actief als componist en dirigent en uiteindelijk koos hij definitief voor de muziek. Na functies als kapelmeester in Sorau, Eisenach en Frankfurt am Main bekleed te hebben werd hij in 1721 in Hamburg organist en cantor aan het Johanneum en muziekdirecteur van de vijf Evangelisch-Lutherse hoofdkerken. Een jaar later werd hij tevens artistiek directeur van de Hamburgse Opera. Daarnaast was hij actief als uitgever van zowel zijn eigen werken als die van collega-componisten. Door zijn tijdgenoten werd hij beschouwd als de grootste Duitse componist van zijn tijd. Volgens eigen zeggen componeerde hij het liefst kerkmuziek; hij schreef dan ook zo’n 1200 kerkcantates en enkele tientallen passies, psalmbewerkingen, motetten en missen. Maar zijn grootste bekendheid verwierf hij met zijn vele opera’s. Dat genre was ook toen al het meest populair.
De cantate ‘Ich schaue bloß auf Gottes Güte’ die ditmaal wordt uitgevoerd komt uit de jaargang cantates met de titel ‘Harmonischer Gottesdienst’, de eerste vocale muziek die Telemann, vanaf 1725, in eigen beheer uitgaf. Deze klein bezette solocantates waren in de eerste plaats gedacht voor uitvoering thuis, als kamermuziek in de salons van de Hamburgse welgestelden, maar werden al spoedig ook in de kerkdiensten uitgevoerd. Er zijn cantates voor verschillende stemhoogte, met verschillende melodie-instrumenten en, als gebruikelijk in de barok, altijd de ondersteunende basso continuo. Alle cantates in deze uitgave bestaan uit drie delen: een aria, een recitatief en weer een aria.
De cantate ‘Ich schaue bloß auf Gottes Güte’ is geschreven bij de Epistellezing uit 1 Korintiërs 1 : 4 – 9 voor de 18e zondag na Trinitatis in het Lutherse rooster, die dit jaar op 30 september valt. De librettist, Matthäus Arnold Wilckens (ca. 1710 – 1759), heeft zich vooral laten inspireren door het begin van het laatste vers, de woorden “God is getrouw”. In de eerste aria vertrouwt hij zich toe aan die trouw. In het recitatief stelt hij Gods onveranderlijke trouw, waarop de mens zich kan verlaten, tegenover de wispelturigheid van de menselijke trouw, die hij vergelijkt met het korte leven van een bloem, een ronddraaiende weerhaan en een vermolmde stok die bij gebruik afbreekt. In de slotaria belooft hij, zich met hart en mond toe te wijden aan God, de ‘eeuwig trouwe Vriend van de zielen’.
Henk Beindorff, werkgroep Cantates